Lesdoelen

Elke les van Kleuteruniversiteit is voorzien van een icoon om het doel duidelijk te maken. De doelen sluiten aan bij de kerndoelen van het PO. Hieronder volgt een uitleg over de verschillende doelen:

    Auditief geheugen

    Lessen met als doel het oefenen van het auditief geheugen, zijn bedoeld om kinderen te helpen informatie die ze horen goed op te slaan. Het geven van enkelvoudige (pak de bal) een meervoudige (pak de bal en leg hem in de bak) opdrachten is hiervan een voorbeeld. De kinderen horen welk woord het langste is. Ze kunnen een zin nazeggen. Ook leren kinderen verschillende klanken, klankgroepen en woorden in de juiste volgorde te onthouden, wat een voorloper is van het leren lezen.

      Begrippen

      Bij dit lesdoel bieden we begrippen zoals groot – klein, eerste –  laatste, hoog – laag, etc. De kinderen kunnen de deze begrippen herkennen en benoemen in de juiste context.

        Cijfers

        Het kunnen herkennen en benoemen van een cijfer en deze kunnen koppelen aan de bijbehorende hoeveelheid. Het kunnen redeneren over de telrij in een eenvoudige en betekenisvolle situatie.

          Dans en beweging

          Bij de lessen dans en beweging leren de kinderen zich verplaatsen in de ruimte. Ze gebruiken hierbij verschillende delen van hun lichaam. Verschillende vaardigheden worden hierbij aangeleerd, zoals balanceren, springen, klimmen en bewegen op muziek. De kinderen leren hun eigen lichaam optimaal te gebruiken terwijl ze de ruimte om zich heen verkennen.

            Drama

            De kinderen kunnen op basis van spel betekenisvolle, eenvoudige situaties spelen. Ze kunnen zich inleven  in een rolfiguur met nadruk op beweging en handelingen. Tijdens dit spel kunnen ze rekening houden met elkaar.

              Engels

              Tijdens de lessen Engels maken de kinderen kennis met een vreemde taal. Er wordt aangesloten bij voor de kinderen vertrouwde thema’s en er wordt gebruik gemaakt van Engelstalige liedjes en prentenboeken. De kinderen luisteren naar de Engelse taal terwijl ze tegelijkertijd kijken naar afbeeldingen.

                Geld

                Geld wordt omschreven als een subdoel binnen het doel Meten. De lessen met dit doel gaan over het kunnen vaststellen en het gepast kunnen betalen van bedragen onder de 10 euro. Daarnaast komen begrippen in de context van geld aan bod: duur, duurder, goedkoop, goedkoper, euro.

                  Hakken plakken

                  Het icoon hakken – plakken geeft aan dat de les over de auditieve analyse en synthese van woorden gaat. Het kunnen opdelen van woorden in individuele klanken om ze vervolgens weer samen te voegen tot één woord zijn belangrijke deelvaardigheden van het aanvankelijk lezen.

                    Hoeken

                    Met dit icoon worden hoeken beschreven die je in de klas kunt inzetten. Een hoek is een ruimte waarin de kinderen een bepaalde activiteit uitvoeren. De materialen die hierbij nodig zijn worden beschreven. Activiteiten in hoeken nodigen uit tot zelfstandig werken, leren door te doen en leren van elkaar. Zinvolle activiteiten die in de hoeken kunnen worden uitgevoerd worden beschreven.

                      Klanken

                      Het kunnen onderscheiden van individuele klanken is een belangrijke stap in de ontwikkeling van het leren lezen. Daarbij is er onderscheid in moeilijkheidsgraad door verschillende posities van klanken te ondervragen. Over het algemeen wordt de eindklank als de makkelijkste vorm ervaren omdat deze klank het laatste blijft hangen. Meestal wordt in een kleutergroep de beginklank als eerste bevraagd en de middenklank wordt gezien als de moeilijkste klank om te onderscheiden. Voornamelijk kleuters die verder in hun ontwikkeling zijn gaan met deze klank aan de slag.

                        Klankgroepen

                        Woorden kunnen worden opgedeeld in klankgroepen. Anders dan bij lettergrepen zijn klankgroepen gericht op wat je hoort in een woord. Dit verschil wordt bij het woord potten duidelijk. Wanneer het woord wordt opgedeeld in lettergrepen, zie je pot-ten. Als je luistert naar de verschillende klankgroepen in het woord, hoor je po-tten. Het opdelen van woorden in klankgroepen is een voorbereiding op het latere lezen.

                          Kleuren

                          Het kennen en herkennen van de basiskleuren rood, blauw, geel, zwart, groen, oranje, wit, paars, roze en grijs en deze kunnen benoemen.

                            Kunstzinnige vorming

                            Tijdens de lessen kunstzinnige vorming leren de kinderen beelden op hun eigen manier vorm te geven. De lessen sluiten aan bij vertrouwde thema’s. De kinderen maken gebruik van verschillende materialen en technieken. Ze maken ook kennis met verschillende kleuren, texturen en vormen.

                              Letters

                              Letters worden spelenderwijs aangeboden in onze activiteiten. Wanneer een kind interesse toont in letters, achten wij het uiterst zinvol om een aanbod te bieden. Het kind is intrinsiek gemotiveerd en dat is de beste voorwaarde voor het leren. Met dit doel bied je een aanbod met de verwachting dat de kinderen (enkele) letters kunnen herkennen en benoemen.

                                Meten

                                Het icoon meten geeft aan dat de lessen gaan over inhoud, gewicht of lengte en de daarbij horende begrippen bijvoorbeeld licht en zwaar, vol en leeg, lang en kort, dik, dikker dikste, hoog, laag, breed, smal, groot en klein.

                                  Motoriek

                                  Motoriek is het vermogen om te bewegen. Men spreekt over grove of grote motoriek, als de bewegingen groot zijn en met het hele lichaam gemaakt worden. De fijne of kleine motoriek vraagt meer concentratie van een kind, en wordt uitgevoerd met de handen en de vingers.

                                    Muziek

                                    Muziek kunnen kinderen beluisteren of maken. Ze maken kennis met de gevoelens die je met muziek kunt verklanken. Ze zingen liedjes en verkennen verschillende muziekinstrumenten en de klanken die ze geven. Ze maken kennis met begrippen als hard-zacht, hoog-laag en snel-langzaam.

                                      Natuur en techniek

                                      Onder het doel Natuur en Techniek vallen diverse subcategorieën, namelijk:

                                      • Natuur: de cyclus van dieren, de verzorging van dieren, benoemen van planten en de onderdelen, kennismaking met natuurkundige verschijnselen zoals licht, kracht, magnetisme en temperatuur, weertypen.
                                      • Techniek: onderzoeken en bekijken van materialen en de werking daarvan. Ervaringen opdoen met kleur, smaak en substantie van verschillende producten. Bekijken, bespreken en vergelijken van materialen en de wijze van productie. Het onderzoeken van bewegende delen.
                                      • Ruimte: verschillen aangeven tussen grondsoorten, een huis inrichten en de functies van de ruimtes uitleggen, verschillen aangeven tussen het leven vroeger en nu. Zijn zich bewust van hun omgeving en de beroepen in hun leefwereld. De kinderen zijn zich bewust van de verschillen in de samenleving. Hebben besef van verschillende deelnemers in het verkeer. Doen ontdekkingen en experimenten met betrekking tot temperatuur, neerslag, wind.
                                      • Tijd: leerlingen:
                                        – Herkennen tijdsbegrippen in betekenisvolle, dagelijkse situaties en de begrippen correct kunnen gebruiken: – dag, nacht, ochtend, middag, avond- vandaag, gisteren, morgen, morgenvroeg, gisteravond- vroeg, vroeger, laat, later, eerder, nu, toen, straks, lang, kort, even, snel.
                                        – Begrijpen onderlinge relaties tussen en volgordes in tijdsbegrippen: bij dag hoort nacht, na de dag komt nacht, na de morgen komt de middag,

                                        Oriëntatie

                                        Het doel oriëntatie richt zich op plaatsbepaling van het kind zelf en/of anderen en voorwerpen in de ruimte door middel van het geven van beschrijvingen of het kunnen volgen van eenvoudige routes dan wel het lezen van een plattegrond. De begrippen die daarbij worden zijn:  boven, onder, voor, achter dichtbij, veraf, naast, in, op (actief en passief gebruik) en links, rechts, tegenover, tussen (passief gebruik).

                                          Praten en luisteren

                                          Lessen met deze doelen laten de spreek- en luistervaardigheid van kinderen aan bod komen. Bij spreken gaat het er om dat een kind zich begrijpelijk uit weet te drukken. Ze leren vragen stellen en beantwoorden, en hoe ze hun mening kunnen geven. Bij luistervaardigheid leert een kind de informatie die het hoort op de juiste manier te rangschikken en interpreteren.

                                            Probleemoplossend denken

                                            De kinderen kunnen redeneren over een probleem en daarvoor een passende oplossing bedenken.

                                              Religie

                                              De kinderen maken kennis met verschillende religies.

                                                Rijmen

                                                Bij rijmen ontdekken kinderen dat woorden een zelfde eindklank kunnen hebben. Eind groep 1 moeten kinderen dit kunnen herkennen en zelf kunnen toepassen. Het is een aanwijzing dat de ontwikkeling in het fonologisch bewustzijn op gang komt.

                                                  Ruimtelijk inzicht

                                                  Het kunnen (na) bouwen en construeren met materiaal zoals blokken, duplo, kapla, lego, kleine blokjes, k’nex of clics. Dit kan zijn op basis van mondelinge aanwijzing of aan de hand van een voorbeeld vanaf een foto of tekening.

                                                    Samenleving en maatschappij

                                                    Dit doel richt zich op onze directe omgeving en andere culturen.

                                                      Schrijven

                                                      Het doel schrijven omvat vooral het besef van het begrip en de actie. De uitvoering valt onder het doel motoriek.

                                                        Sociaal emotioneel

                                                        Bij het doel sociaal emotioneel richten we ons op vier deelgebieden:

                                                        – persoonsontwikkeling
                                                        – ontwikkeling van de zelfstandigheid
                                                        – ontwikkeling van de sociale vaardigheid en het sociale gedrag
                                                        – werkhouding

                                                          Sport en spel

                                                          Tijdens de sport en spel lessen leren kinderen met elkaar samenwerken, terwijl ze een activiteit uitvoeren. Dit kan een beweegactiviteit zijn, zoals een tikspel, maar ook een zangspel zoals ‘zakdoekje leggen’. Een spel kan ook een bordspel of een tafelspel betekenen, een spel waarbij de nadruk niet op bewegen ligt.

                                                            Tellen

                                                            Lessen met dit doel gaan inhoudelijk over meer dan alleen tellen, getallen en hoeveelheden. De lessen kunnen ook gaan over het verdelen, splitsen, rangtelwoorden en het toepassen van hoeveelheidsbegrippen als meer, minder, evenveel etc.

                                                              Tijd

                                                              Tijd is een lastig begrip voor kleuters. We besteden aandacht aan dit begrip als we het hebben over de dagen van de week, het ritme van de dag, de maanden van het jaar en het lineair verstrijken van de tijd. Daarnaast is het vertellen van gebeurtenissen in chronologische volgorde een onderdeel van het subdoel Tijd. Begrippen die aan bod komen bij dit doel zijn bv: dag, nacht, gisteren, morgen, vroeger, nu, toen, straks, lang, kort, eerder, later. Ook leren de kinderen wat de functie is van de verschillende instrumenten die tijd kunnen meten en krijgen ze besef dat het beleven van tijd voor iedereen anders is.

                                                                Verhalen

                                                                Het doel verhalen houdt in dat kinderen interesse tonen, vragen stellen en de inhoud kunnen voorspellen van een boek. Daarnaast kunnen ze verhalen navertellen aan de hand van illustraties en tonen ze verhaalbegrip.

                                                                  Visueel geheugen

                                                                  De informatie de de kinderen zien, moet op een juiste manier opgeslagen worden. Alleen dan kan de informatie goed gebruikt worden. De kinderen letten hierbij op details, op verschillen, op kleurnuances en onthouden de informatie. Het visueel geheugen is ook een belangrijke voorloper van het leren lezen, de letters moet immers op de juiste manier en in de juiste volgorde waargenomen worden.

                                                                    Vormen

                                                                    Het kennen en kunnen benoemen van de namen van meetkundige figuren zoals cirkel, driehoek, vierkant, rechthoek, bol en kubus. Daarnaast speelt opereren met vormen en figuren  een wezenlijke rol bij dit doel. Daarmee wordt o.a. bedoeld:  het kunnen maken of namaken en spiegelen van vormen en erover kunnen redeneren erover.

                                                                      Waarneming

                                                                      Het doel waarneming is een brede omschrijving van de volgende objectieven:

                                                                      – het kunnen ontdekken en beschrijven van kleine verschillen
                                                                      – het kunnen ontdekken en beschrijven van overeenkomsten
                                                                      – het kunnen ontdekken en herhalen van reeksen en patronen
                                                                      – het kunnen groeperen van voorwerpen op dezelfde kenmerken

                                                                        Wereldoriëntatie

                                                                        Onder het ontwikkelingsgebied wereldoriëntatie rekenen we:

                                                                        – natuur
                                                                        – techniek
                                                                        – ruimte

                                                                        De doelen bij natuur richten zich op kennis van de natuur om het kind heen en het besef van cycli in mens en dier.

                                                                          Woorden en zinnen

                                                                          De kinderen leren dat een zin bestaat uit meerdere woorden, en dat een woord een groep letters is die bij elkaar horen. Ze leren zelf zinnen te maken met een woord.

                                                                            Woordenschat

                                                                            Bij woordenschat gaat het om het herkennen en begrijpen van woorden en deze gebruiken. Daarnaast richt dit doel zich op het gericht uitbreiden van de woordenschat en het herleiden van woordbetekenissen aan de hand van verhalen.