inspiratieblog: de kleine kring, een groot succes!

Juf Annelieke is leerkracht op jenaplanschool De Open Hof en ambassadeur bij Kleuteruniversiteit. In dit blog vertelt ze over het werken met een kleine kring om de betrokkenheid van kinderen tijdens de kringactiviteiten te vergroten. Annelieke:

Komt het volgende jou ook bekend voor? “Draai eens om.”, “Op je billen zitten.”, “Blijf van elkaar af.” En zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan …

Tijdens mijn kringen merkte ik regelmatig dat kinderen omgedraaid zaten of niet van elkaar af konden blijven. Een aantal kinderen wist natuurlijk precies waar de kring over ging terwijl ze omgedraaid zaten. Toch bleef ik me afvragen hoe ik alle kinderen zou kunnen betrekken bij kringactiviteiten. Dat is niet alleen voor mij als leerkracht fijner maar ook voor de kinderen. Voor kinderen die niet betrokken zijn is de kring te moeilijk / te lang / te makkelijk / te veel gepraat of te passief. En dat is niet effectief. Dus dacht ik, dat kan beter.

Eerlijk is eerlijk, de betrokkenheid van mijn kinderen ging al enorm omhoog toen ik naast de methodelessen de activiteiten van Kleuteruniversiteit ging gebruiken. Maar ik was nog niet tevreden en heb daarom mijn handelen eens goed onder de loep genomen. Ik besloot het kringen met de hele groep te beperken en ben gaan experimenteren met kleine kringen, met als doel de betrokkenheid nog meer te verhogen. Dat was organisatorisch even zoeken en proberen. Maar wat ben ik tevreden met het resultaat! Wat ik precies gedaan heb? Dat zal ik je vertellen.

Ten eerste heb ik veel aandacht besteed aan het stimuleren van de zelfstandigheid van mijn kinderen. Ze kunnen alle materialen zelf pakken en opruimen. Het kiesbord helpt hier enorm bij. Ze wisselen ook zelf van activiteit wanneer ze iets anders willen gaan doen. In de klas hangt een stoplicht met eronder de afspraken in beeld. Tijdens de kleine kring hangt dit stoplicht op rood. Toch oefen ik regelmatig met het rode licht wanneer er geen kleine kring gaande is. Wanneer de kinderen een vraag voor mij hebben, plaatsen ze hun naamkaartje in de bak bij de klassenpop. Ik loop regelmatig vaste hulprondes om vragen te beantwoorden. Als kinderen zien dat ze lang moeten wachten, proberen ze eerst hulp te vragen aan de andere kinderen. Wanneer ze dan nog niet verder kunnen, pakken ze een ander materiaal (een puzzel of klei) waarmee ze zelfstandig aan de slag kunnen. Toen het zelfstandig werken tijdens de werkperiodes eenmaal goed verliep, ben ik uiteindelijk begonnen met kleine kringen.

Het plannen van de kleine kring begint voor mij de dag ervoor.  Ik bekijk de les, het doel en de differentiatiemogelijkheden die worden gegeven in de activiteitbeschrijving. Vervolgens maak ik twee of drie niveau groepen, afhankelijk van het doel en wat ik wil bereiken. Dit betekent dat ik de kring twee of drie keer ga aanbieden tijdens de werkperiode. Voor iedere groep bekijk ik wat ik ga veranderen. De kleine kringen duren maar kort, zo’n tien minuten per groep. De uitwerking kunnen de kinderen zelfstandig uitvoeren. Ik loop dan alweer rond om de andere kinderen te helpen.

Afgelopen week heb ik bijvoorbeeld uit het project De lieve boze wolf een rekenactiviteit gedaan op drie niveaus. Het doel van de les was tellen, getallen en hoeveelheden. De getallen moesten op de juiste volgorde worden gelegd, eventueel met telfiches erbij.

*De eerste groep heb ik laten werken met de getallen t/m 10. De getallen zijn op de juiste volgorde gelegd, we hebben geteld, de telrij opgezegd en een spel gespeeld met buurgetallen.

*De tweede groep heeft gewerkt met de getallen t/m 30. De getallen zijn op de juiste volgorde gelegd, we hebben de telrij geoefend (ze kwamen tot 100!) en we hebben verder en terug geteld.

*De derde groep heeft een opdracht met het getal 70 gedaan, dit was toevallig het getal van de dag (uit het 100 dagen project) en deze groep had echt wat meer uitdaging nodig op het gebied van tellen en getallen. Zij hebben geteld en geoefend met de 10tal structuur.

Ik bedenk vooraf welke kinderen er in welke groep mee moeten doen, maar de kringen zijn ook open voor alle andere kinderen. Ze weten: je bent altijd welkom als je mee wilt doen. Het gebeurt dus dat er kinderen uit groep 1 bij de activiteit zitten voor groep 2 en doordat ze zelf gekozen hebben te participeren tonen ze betrokkenheid. Met kleinere kringen zijn er minder kinderen en dat betekent dat ze vaker een beurt krijgen.

Het was voor mij zoeken en uitproberen tot ik een manier vond die voor mij en voor de kinderen fijn werkt. Ik ben heel blij met hoe het nu loopt in de klas. De kinderen weten precies wat ze kunnen doen als er een kleine kring is waardoor we weinig gestoord worden. De kleine kringen zijn kort, effectief, sluiten aan op wat de kinderen nodig hebben en willen leren. Daardoor hebben de kinderen veel tijd om te leren door spel en de informatie uit de kleine kring toe te passen tijdens spel. Tijdens de kleine kringen is de betrokkenheid nu hoog en dat was mijn doel! Alle kinderen doen mee, leren nieuwe dingen, worden uitgedaagd in de zone van de naaste ontwikkeling en ik hoef niet veel moeite te doen om ze erbij te betrekken. Ik ben nu een hele gelukkige juf en kan echt genieten van de activiteiten tijdens de kleine kringen.

Ik ben benieuwd wat jij al doet en welke tip je in jouw klas wilt gaan uitproberen!

 

Deel dit bericht: