Archief / februari, 2018

Inspiratieblog: werken aan woordenschat 2

Ingelien Lemmen is leerkracht op Het Spectrum in groep 1 en ambassadeur bij Kleuteruniversiteit. In dit blog vertelt ze over hoe je de coöperatieve werkvorm ‘Wie ben ik?’ in kunt zetten bij de projecten van Kleuteruniversiteit.

In het woordenschatonderwijs wil je verschillende activiteiten in je groep uitvoeren zodat woorden voor kinderen duidelijk worden en betekenis krijgen. Binnen mijn team zijn we gewend om coöperatieve werkvormen in te zetten. Hier ben ik mij dan ook meer in gaan verdiepen. Ik ontdekte Vensterruiten en schreef hier een tijdje terug een blog over, en op deze blog kwamen ontzettend veel positieve reacties. Het doel van de blogs op Kleuteruniversiteit is om jullie inspireren en dat hoop ik wederom te doen!

Ik werk graag met de projecten van Kleuteruniversiteit en vind het fijn dat er in bijna ieder project woordkaarten te vinden zijn. Hier kun je zo ongelooflijk veel activiteiten bij bedenken. De focus in mijn groep ligt steeds op het stimuleren en uitbreiden van de woordenschat en ik vind woordkaarten dan ook onmisbaar. Daarnaast vind ik het belangrijk om juist coöperatieve lessen te geven zodat iedere leerling een actieve rol heeft en de betrokkenheid wordt vergroot.

Wie ben ik?

Wie ben ik?  is een ontzettend leuke en leerzame coöperatieve werkvorm die zeer geschikt is om met kleuters te spelen. De werkvorm vraagt wel om een kleine aanpassing en het is belangrijk om het stap voor stap aan te bieden. Op die manier krijgen kleuters steeds beter door hoe het spel werkt en wat er van hen verwacht wordt. Ik voer deze werkvorm sinds kort uit en ervaar dat het nu al een succes is. De kinderen hebben er ontzettend veel plezier in, leren er veel van en het is ook echt een groepsactiviteit. Graag deel ik graag mijn ervaringen met jullie.

Het prentenboek Ssst! De tijger slaapt was het prentenboek van het jaar 2018 en stond centraal tijdens de Nationale Voorleesdagen. Kleuteruniversiteit heeft er een project bij gemaakt, en deze heb ik natuurlijk aangeschaft. In het prentenboek staan verschillende dieren centraal. Zo gaat het natuurlijk over een tijger, maar ook een kikker, vos, schildpad, muis en een ooievaar. In de bijlagen van het project vind je woordkaarten met afbeeldingen van deze dieren erop. Binnen het project “Ssst! De tijger slaapt” heb ik deze werkvorm meerdere keren uitgevoerd.

Ssst! De tijger slaapt en de dieren willen haar niet wakker maken. Maar ze ligt wel vreselijk in de weg … Gelukkig heeft kikker een idee: met een ballon zweven ze over de tijger heen. Daarbij kunnen ze wel wat hulp gebruiken. Blaas je mee, zodat alle dieren veilig aan de overkant komen?

Voordat je start met Wie ben ik? is het belangrijk dat je de woordkaarten die jij centraal wilt stellen met de kinderen bespreekt. In mijn les waren dat de zes dieren uit het prentenboek.

 

Neem de tijd om de verschillende dieren te bekijken. Hoe zien ze eruit? Ga met elkaar op zoek naar kenmerken, overeenkomsten en verschillen bij de dieren. Deze informatie hebben ze bij een volgende stap nodig.

Hoe zet je Wie ben ik? in?

  • Start Wie ben ik? door de zes woordkaarten met de dieren met de afbeeldingen naar beneden op tafel neer te leggen.
  • Plaats een hoedenstrook op je hoofd, pak zonder te kijken één woordkaart van tafel en bevestig deze met een knijper vast op de hoed.
  • Vertel de kinderen dat zij niet mogen verklappen welk dier jij straks op je hoed zet, omdat jij gaat proberen dit te raden.
  • Stel gesloten vragen aan de kinderen waar zij alleen ja of nee op mogen beantwoorden. Dit is bijzonder lastig voor kleuters, in hun enthousiasme vertellen ze vaak meer dus daarom heb ik bewust de keuze gemaakt om de kinderen te laten reageren met ‘waar – niet waar’. Dit is ook een coöperatieve werkvorm waarbij de kinderen hun duim omhoog of hun duim naar beneden doen als reactie op jouw vraag.

Op deze manier verwacht je dat iedereen meedenkt en meedoet! Je ziet ook meteen wie het spel begrijpen en wie het nog lastig vinden. Doordat jij degene bent met de hoed op, leren de kinderen veel van de gesloten vragen die jij stelt.

Stel vooral vragen met ‘Heb ik…’, ‘Ben ik…’, ‘Kan ik…”.

Wanneer je dit een aantal keer hebt gespeeld, is een goede vervolgstap een kind op jouw stoel plaats te laten nemen. Zet een kaartje vast op de hoedenstrook en laat het kind nu de vragen stellen. Mooi om te zien of ze doorhebben hoe het spel werkt en of ze erachter kunnen komen wie ze zijn. Het niveauverschil is ook interessant om te zien. Doordat je deze activiteit speelt met de hele groep, iedereen zijn of haar bijdrage levert, is de ontlading bij het goed raden van het dier ook ontzettend leuk om te zien. Ze zijn echt blij voor én trots op elkaar!

Een volgende stap is de uitvoering in de kleine kring. Dit is intiemer, kinderen tonen nog meer betrokkenheid en ze krijgen allemaal de kans om een keer de Wie ben ik hoed op te zetten. Je kunt er ook voor kiezen om dit met alle kinderen tegelijk te spelen, in meerdere kleine kringen. Zorg dan wel voor genoeg woordkaarten!

Een laatste stap zou kunnen zijn om bij alle kinderen een woordkaart op hun rug vast te maken (of te zorgen voor heel veel hoedenstroken!) met bijvoorbeeld een knijper of plakband. Ieder kind moet dan raden wie hij of zij is. Laat de kinderen door elkaar lopen en door middel van een hand omhoog-tweetal een maatje vinden om een vraag aan te stellen. De vragen mogen alleen met ja of nee beantwoord worden. Om snelheid in het spel te houden, kun je zorgen voor meerdere kaartjes. Zo kan ieder kind meteen weer meespelen als het kaartje geraden is.

Ik ben enthousiast over deze werkvorm omdat ik zie hoeveel plezier de kinderen hebben en hoeveel ze er van leren. Het is meer dan alleen het benoemen van de dieren, er gaan heel veel belangrijke stappen aan vooraf.

De luisterhouding wordt ook bij deze werkvorm sterk verbeterd en de woordenschat gestimuleerd en uitgebreid. De woorden krijgen, door het stellen van de vragen, betekenis en inhoud. Ze leren van én met elkaar, dat vind ik mooi om te zien. Kortom, een fijne activiteit waarbij iedereen enorm betrokken is!

Binnenkort staat het project Dottie’s kuikens gepland waarin boerderijdieren en hun jongen centraal staan. Met de bijgeleverde woordkaarten ga ik absoluut weer met Wie ben ik? aan de slag.

Ik hoop jullie te hebben geïnspireerd om met deze werkvorm te starten. Het kan absoluut worden ingezet bij ieder project en ik daag je uit om het te gaan doen! Laat je me weten wat jouw ervaring was met deze werkvorm? Ik ben bereikbaar via het emailadres ambassadeur@kleuteruniversiteit.nl .

11 tips voor projecten die je doen snakken naar de lente

De lente staat weer voor de deur, een prachtig seizoen waarin er veel gebeurt met de natuur. Natuurlijk wil je aandacht aan dit thema geven, vooral omdat het geen kleuter zal ontgaan dat de bomen in bloei staan, er lammetjes worden geboren en de temperatuur weer omhoog gaat. In dit blog lees je tips voor projecten die je doen snakken naar de lente! 😉

Rikki heeft een plan

Rikki heeft een plan, want het is mama’s verjaardag! Na het ontbijt glipt hij naar buiten om zijn cadeautje voor haar te halen. Hij loopt het bos in en maakt een lange tocht om op de plek te komen waar hij zijn moet. Als hij zijn cadeautje eenmaal heeft, wil hij natuurlijk weer terug naar mama. En dat gaat iets minder makkelijk dan hij gedacht had …

In het project help je Rikki met het oplossen van problemen. Hij wil een prachtig boeket bloemen voor mama plukken. De weg terug blijkt minder makkelijk dan gedacht. Waar is de brug ook alweer? Hoe moet hij langs de vos? En zijn laddertje staat aan de verkeerde kant van de muur. Wat moet Rikki nu doen?

Beleef avonturen met het boek ‘Rikki heeft een plan’ van Guido van Genechten. Dit vakoverstijgende project stimuleert de creativiteit en probleemoplossend vermogen.

Je kunt de lesdoelen van dit project hier downloaden.

 

De vijver en de sloot

‘In de buurt blijven, Bommes,’ zegt Moeder Eend.
Maar dat doet Bommes niet. Hij zit de libellen achterna en speelt met een kikker op de leliebladeren.
Als hij om zich heen kijkt, is Moeder Eend nergens meer te bekennen.
Bommes is helemaal alleen …

In dit project ga je, aan de hand van het boek ‘Kom nou, Bommes’ van Jane Simmons, met kinderen op onderzoek: wat is er allemaal te zien in de vijver of de sloot? Op een verteltafel vertellen de kinderen het verhaal na. Er zijn voldoende activiteiten voor drie weken, met aandacht voor taal, rekenen, muziek en beeldende vorming, geschikt voor de jongste kleuters.

Je kunt de lesdoelen van dit project hier downloaden.

 

Van ei tot kip

Moeder Hen heeft een ei gelegd. Ze is reuze benieuwd hoe haar kuiken eruit zal zien als het uit een ei komt. Maar er is een probleem: ze weet niet hoe ze het ei moet uitbroeden.

Het duurt 21 dagen voordat een ei uitkomt. In de tussentijd voer je taal, rekenen, techniek, en motorische activiteiten uit, met het boek ‘Kom uit het ei, kleintje’ van Shen Rodie en Frances Cony. Zo leren kinderen alles over eieren en de dieren die uit een ei komen. Maak een ei en stop er zelf iets in. Wat komt er na 21 dagen tevoorschijn?

 

Boer Boris gaat naar de markt

Boer Boris gaat naar de markt om zijn oogst te verkopen. Maar dan ziet hij een bord …
Hoe moet hij bij de markt komen?

Dit project, geschreven bij het boek ‘Boer Boris gaat naar de markt’ van Ted van Lieshout en Philip Hopman, gaat over alles wat op de boerderij groeit en op de markt verkocht kan worden. De kinderen leren nieuwe smaken kennen, maken zelf een marktkraam in de klas en leren omgaan met geld.

Je kunt de lesdoelen van dit project hier downloaden.

 

Lente met de vier kaboutertjes

De vier kaboutertjes, twee broertjes en twee zusjes
doen samen in het bos heel veel kabouterklusjes.

Help de kabouters mee en beleef de lente samen met hen! Dit project bevat taal- en rekenactiviteiten, een natuuractiviteit, Engelse les, bewegingsactiviteit en suggesties voor de hoeken voor vier weken bij het boek ‘De vier kaboutertjes in de lente’ van Marianne Busser, Ron Schröder en Hanneke de Jager.

Juf Agnes schreef over dit project:
“Nadat we in de herfst kennis hadden gemaakt met de 4 kaboutertjes, en dit was een groot succes, moesten de kaboutertjes in de lente wel terug komen. En hoe?! De leerlingen waren misschien nog wel enthousiaster dan in de herfst.
Het fijne aan dit project is dat de taal- en rekenactiviteiten bij elkaar passen. De activiteiten die je op dezelfde dag uitvoert, passen allebei bij hetzelfde stukje tekst uit het boek. Als er in het lesrooster aangegeven wordt dat je in de ochtend ‘timmeren en zagen’ uit kunt voeren en in de middag ‘zeven nieuwe bedjes’ past dit beide bij het stukje tekst dat gaat over de muisjes die 7 kindjes krijgen en waarvoor de kaboutertjes bedjes gaan zagen.
Het leefde echt bij de kinderen! Zodra we buiten kwamen, gingen ze op zoek naar de dingen die ook in het boek voorkomen; bloemen, vlinders, kikkers, rupsen etc. Maar ook tijdens de activiteiten waren ze razend enthousiast en hebben ze veel over de lente geleerd.”

 

Piraten

Een compleet project van vier weken aan de hand van het prentenboek ‘Woeste Willem’ van Ingrid en Dieter Schubert. Ga mee met Frank en Willem en beleef wonderlijke avonturen!

Juf Annelieke schreef over dit project:
“‘Ahoy piraten’ en ‘ophoepelen landrotten’ ga je na dit project nog veel horen in je klas! Wat een geweldig project is dit! Het project gaat over het boek Woeste Willem. Vanaf het eerste moment waren de kinderen en ik fan van deze piraat! Het boek is prachtig geïllustreerd en sluit helemaal aan bij de belevingswereld van de kinderen. De kinderen in de klas zijn echte piraten geworden door de vele leuke opdrachten. De kinderen werden enthousiast door de uitdagende opdrachten in de kring maar misschien nog wel meer door de vele en leuke knutselactiviteiten! 3 weken lang werd er volop geknutseld aan de ooglapjes, munten, vliegers, verrekijkers, zeemonsters en nog veel meer! De knutselopdrachten waren zelfstandig door de kinderen uit te voeren en er was voldoende ruimte om nog creatief te kunnen denken. De onderzoeksopdracht over het drijven en zinken van het vlot liet de kinderen probleemoplossend denken en er was veel ruimte om samen te werken.
Tijdens de start vind je een schatkaarten en dan weer één en weer één tot je uiteindelijk het boek vindt. Dit zorgt gelijk voor spanning en betrokkenheid want wat zou die schat nu zijn? Er zijn veel reken/ en taalkringen met differentiatie mogelijkheden. Ik heb dit project aan het eind van het schooljaar gedaan en ook de kinderen uit groep 2 waren geboeid en hebben veel geleerd. Zo moesten ze de schat van Woeste Willem zoeken en tellen (t/m 20) en hebben we klankenbingo gespeeld. Tijdens de afsluiting hebben we het beweegverhaal aan de ouders laten zien, en natuurlijk een tentoonstelling van alle gemaakte knutselwerkjes! Dus zeker een project om te gaan doen in de klas!”

Bij dit thema is ook een plusproject beschikbaar. Je kunt de lesdoelen van dit project hier downloaden.

 

Indianen

Hallo, ik ben Donoma. Ik ben een indiaan. Samen met mijn familie woon ik in een kamp. We slapen in een tipi.

In dit project nemen we je mee naar de wereld van de indianen. Het project bevat taalactiviteiten, rekenactiviteiten, spel- en bewegingslessen, muzieklessen en suggesties voor de hoeken aan de hand van het boek ‘Willewete Indianen’ van Suzan Boshouwers en Marjolein Hund.

Juf Agnes schreef over dit project:
“WAUW! Dit was de reactie van mij en van de kinderen aan het einde van dit project. Ik heb nog niet eerder een project uitgevoerd dat zo goed aansloeg bij de klas. We hebben het vlak voor de zomer uitgevoerd en voor een paar weken hadden we een echte indianenklas. Het thema zijn we gestart doordat er ineens een tent in onze klas stond. We kwamen er al snel achter dat dit een tipi was en in de tipi lag het boek waar dit project om draait: Willewete indianen. Vanaf dat moment hebben de kinderen zelf besloten wat er allemaal in de klas moest komen om net als de indianen te leven. De activiteiten uit het project sluiten daarbij goed aan; de kinderen leren dat het leven van indianen toch wel anders is dan dat van ons.

Ze hebben bizons in groepjes bij elkaar gedreven, letters gekookt op een vuurtje, indianenkinderen verschillende kleuren veren laten verdienen, speciale rijmblokken gebruikt om vuur te maken, gemeten met pijlen en zoveel meer. Het was een zeer geslaagd project! Tip: als je werkt met plusprojecten is het project cowboys erg leuk om er naast te gebruiken voor de kinderen die wat meer uitdaging aankunnen.”

Je kunt de lesdoelen van dit project hier downloaden.

We hebben er een geitje bij – kleuterproject

Mik gaat naar de kinderboerderij. Ze hebben er een geitje bij.

Dit pakket bevat 14 reken- en taalactiviteiten bij het boek ‘We hebben er een geitje bij!’ van Marjet Huiberts en Iris Deppe. Bij de activiteiten komt er elke keer wat bij, net als het geitje op de kinderboerderij!

Fabine schreef over dit project:
“Na het project ‘de boerderij’ hebben we dit project ook nog gedaan. En het leuke was: Ook andere kleuterklassen en peuterspeelzalen deden mee, omdat van dit pakket ook een peutervariant beschikbaar is! Door de gezamenlijke afsluiting werd de samenwerking versterkt en de kinderen vonden het prachtig om met z’n allen het lied van het geitje te zingen. Na afloop hebben we, net als in het project, gezellig beschuit met muisjes gegeten! Heel gezellig en een mooie gelegenheid om eens over dat gebruik na te praten!

In dit project komen veel (kinderboerderij)dieren naar voren, met hun jong en het geluid dat ze maken. Voor ons was dat iets minder geschikt, omdat wij al even over de boerderij bezig waren, we hadden het één en ander al behandeld. Verder vind ik het boek en het project meer geschikt voor groep 1 dan groep 2, voor een goede groep 2 kan dit project toch wat te makkelijk zijn. Wel zijn er veelzijdige activiteiten, zoals tellen, ruimtelijke begrippen, woordenschat, bouwen, zinnen maken en een verhaal naspelen. Vooral dat laatste is erg leuk om te doen met de kinderen! Het project erg leuk om in te zetten in de lente.”

Bij dit project is ook een peuterprojectdigibordles, en een musical beschikbaar. Je kunt de lesdoelen van dit project hier downloaden.

 

Groentetuin project

De groentetuin van opa is het favoriete plekje van Rikki. Het boek ‘Rikki en de tuin van opa’ is geschreven en geïllustreerd door Guido van Genechten. In dit project, op basis van dat boek, wordt aandacht besteed aan de ontwikkeling van zaadje tot plant en inspireert tot het opzetten van een eigen schoolmoestuin.

Juf Miriam schreef over dit project:
“Op dit moment zitten we midden in je prachtige project over Rikki en de tuin van opa. Volgens sommige ouders van de kinderen uit mijn klas zien de kinderen in eens overal plantjes groeien. Ook als ze buiten spelen komen ze steeds met uitlopers van de eikeltjes die in de zandbak zijn gevallen binnen. Ik heb de kinderen allemaal een tulpenbol mee naar huis gegeven om de laten uitkomen en in de klas hebben we vandaag gezaaid voor ons Moederdag cadeautje. En vorige week in de kring wilde ze ineens weten hoe alle groentes groeide. Dus digibord aangezet en steeds op Google de vraag gesteld : hoe groeit de ….. en het plaatje laten zien. Ze kregen er niet genoeg van. De komende week gaan we het verhaal naspelen met de Playmobil en vandaag het ik een pantomime spel gemaakt met plaatjes van activiteiten die je doet in de tuin (spitten, zaaien enz.) Je ziet één en al enthousiasme en nu zijn we nog maar twee weken bezig!!!!”

Je kunt de lesdoelen van dit project hier downloaden.

 

De bakker

Broodje hier, bonbonnetje daar, nee, deze bakker is nooit klaar!
In dit project vertelt bakker Rik meer over zijn werkzaamheden als bakker.

Dit rijk gevulde project bevat reken- en taalactiviteiten, een spel- en bewegingsles, Engelse lessen, natuur- en techniekles en (hoek)suggesties aan de hand van het boek ‘De bakker’ van Liesbet Slegers. Dit project is ook ideaal om te gebruiken in de aanloop naar Sinterklaas, schoolontbijt en Pasen.

Juf Marjan schreef over dit project:
“Mooi project. Je kan met dit project makkelijk je thema vullen. Betrokkenheid was hoog, leuke lessen! De activiteiten zijn net even anders, dan dat je ze zelf gaat bedenken.”

Er is ook een digibordles beschikbaar ter aanvulling van het project. Je kunt de lesdoelen van dit project hier downloaden.

 

Lente en Pasen

Op een mooie lenteochtend vindt Lotta grote, kleurige eieren in het gras. Welke kip legt nu zulke eieren?

Het absolute voordeel van dit project is dat de activiteiten van thema lente overvloeien in Pasen. Superhandig!
Dit project bevat taal- en rekenactiviteiten, een spel- en bewegingsles, een les Engels, activiteiten voor natuur en techniek en suggesties voor de hoeken bij het boek ‘Lotta en de paashaas’ van Diane Put en Rik de Wulf. Met activiteiten voor drie weken.

Je kunt de lesdoelen van dit project hier downloaden.

Ambassadeurblog: het plannen van een project

Agnes is leerkracht op OBS Waterlelie en ambassadeur bij Kleuteruniversiteit. In deze blog vertelt ze hoe ze het plannen van een project aanpakt.

Agnes: In een eerdere blog heb beschreven hoe ik werk met projecten van Kleuteruniversiteit in combinatie met leerlijnen Jonge Kind in Parnassys. Daarin heb ik laten zien hoe ik een themaplanning maak. In dit blog beschrijf ik de volgende stap en geef ik antwoord op de vraag: Hoe zet je de themaplanning om in een weekplanning?

Ik laat het jullie graag zien aan de hand van een concreet voorbeeld. Momenteel ben ik bezig met het voorbereiden van thema winter en neem ik jullie mee in die voorbereiding.

Nadat ik een themaplanning heb gemaakt, weet ik aan welke doelen ik in die periode wil werken. Uiteraard werk je aan veel meer doelen, maar ik maak een keuze om in die periode aan een bepaald aantal doelen aan te bieden. Zodra ik weet welk thema ik wil gaan inzetten, kijk ik op de site van Kleuteruniversiteit of er projecten zijn die aansluiten bij mijn gekozen doelen. Hiervoor gebruik ik lesdoeloverzichten die bij alle projecten gratis te downloaden zijn. Het voordeel hiervan is dat je niet eerst een project hoeft te kopen om te zien aan welke doelen worden aangeboden. Zo kun je een bewuste keuze maken voor een bepaald project.

Ik kies uiteindelijk voor een project waarvan de meeste geplande doelen terugkomen en waarvan ik denk dat mijn groep er enthousiast over is. In het geval van thema winter heb ik gekozen voor Project Winter. Ik maak regelmatig gebruik van meerdere projecten binnen één thema en heb ervoor gekozen om het project IJsberen en Pinguïns ook klaar te leggen. Beide projecten had ik nog van voorgaande schooljaren en kan ik dus zo pakken. Daarnaast is er nu een leuk plus project, passend bij het thema winter. Ook deze leg ik klaar.

Nadat ik gekozen heb voor een bepaald project begint het voorbereiden. De lesdoeloverzichten heb ik uitgeprint. Hier start ik mee. Ik vink de lessen aan waarvan de doelen overeenkomen met die ik gekozen heb. Daarnaast vink ik ook de lessen aan die ik graag wil uitvoeren, omdat ik dit doel nogmaals wil aanbieden of omdat het een leuke les is. Sommige lessen voer ik niet met de hele groep uit, maar in de kleine kring met een kleine groep. Ook dit noteer ik op het formulier. Je kunt ervoor kiezen om hier ook meteen een datum in te vullen, maar meestal vul ik dit in op mijn weekplanning.

Over het algemeen start ik altijd met de start activiteit uit het project. Dit is vaak het voorlezen van het bijbehorende prentenboek. In het geval van dit project zijn dit er twee. Dit verspreid ik over meerdere dagen. Daarna vul ik de overige activiteiten in op mijn weekplanning.

Zodra ik een activiteit noteer waarvan ik weet dat ik het bijbehorende lesdoel wil observeren, noteer ik dit extra in mijn weekplanning. In bovenstaand voorbeeld heb ik dit rood gemaakt. Zo ga ik op een ochtend de activiteit Druppende ijspegels uitvoeren. Bij deze les vallen er ijspegels naar beneden. Op iedere ijspegel staat een woord in losse klanken die de leerkracht benoemt. De kinderen moeten de losse klanken aan elkaar koppelen en het woord noemen.

In mijn weekplanning is ruimte voor notaties zodat ik in het laatste vakje (kort) kan noteren wat opviel tijdens de uitvoering.

Zoals je ziet op de foto, maak ik ook gebruik van de lesdoelkaarten van Kleuteruniversiteit. Deze zitten bij mij in een speciale bak en iedere les haal ik de bijbehorende kaart eruit. Vaak heb ik deze al uitgezocht bij het voorbereiden van het project zodat ik niet te lang hoef te zoeken. Ik gebruik dit als geheugensteuntje voor de kinderen, maar ga er niet te veel op in. Aan het begin van de activiteit laat ik hem kort zien en benoem wat we die les gaan doen. Naarmate je ze vaker gebruikt, benoemen kinderen het zelf al. Daarna start ik met mijn les.

Ik hoop je weer voldoende te hebben geïnspireerd met mijn verhaal. Kijk de komende weken gerust op de Facebookgroep Vrienden van Kleuteruniversiteit voor foto’s van de uitvoering van mijn project.

Ambassadeurblog: Is Kleuteruniversiteit inspectieproof?

Een van de meest gestelde vragen die wij ontvangen bij Kleuteruniversiteit is: ‘Is Kleuteruniversiteit inspectieproof?’ Bij ons rees vervolgens de vraag: wat is inspectieproof? De inspectie zelf is namelijk ook niet bekend met dit woord. Ambassadeur Maaike was geïntrigeerd door de vraag en besloot eens op onderzoek uit te gaan. In dit blog lees je haar bevindingen.

In mijn beleving moet de vraag eigenlijk zijn: wat verwacht de inspectie nou precies? Een snelle zoektocht op Google brengt ons naar de site van de inspectie. Hier geven ze aan dat basisscholen geen gebruik hoeven te maken van een kleutermethode. ‘Het bestuur, de schoolleiding en de docenten bepalen zelf hoe zij het onderwijs vorm geven’. (Bron: website onderwijsinspectie)

Ok, dat is duidelijk. Maar als de inspectie geen methode verwacht, wat verwachten ze dan wel? Wat zijn de punten waar ze wel naar kijken? Wederom vinden we het antwoord op de site van de onderwijsinspectie waar deze opsomming staat weergegeven. De inspectie vraagt zich tijdens een schoolbezoek af:

  • Krijgen de kleuters een breed aanbod (dus niet alleen beginnende geletterd- en gecijferdheid)?
  • Sluit het kleuteronderwijs aan op het onderwijs in de groepen 3 en verder (de zogeheten doorlopende leerlijn)?
  • Lopen de leerinhouden in niveau op, aansluitend op de ontwikkeling van de kleuters (zogeheten beredeneerd aanbod)?
  • Staat in de schoolgids welke doelen de school wil bereiken en hoe de ondersteuning van het jonge kind wordt vormgegeven?

Vervolgens benoemt de inspectie: “In praktijk zien de inspecteurs zeer diverse vormen van kleuteronderwijs in de scholen die allemaal voldoen aan de wettelijke eisen.

Mijn zoektocht bracht mij verder. Want onlangs verscheen een nieuwe brochure genaamd Ruimte in de regels. Deze brochure geeft een overzicht van de belangrijkste regels rondom administratie en verantwoording voor het primair onderwijs. Ik dook in deze brochure om te ontdekken wat hierin wordt aangegeven over het lesgeven aan kleuters en waar de inspectie naar kijkt. Een quote uit de folder:

‘De inspectie kijkt hoe u als leraar lesgeeft: legt u de stof helder uit en verlopen uw lessen gestructureerd? Heeft u zicht op de ontwikkeling van de leerlingen en houdt u er in de les rekening mee door ondersteuning en uitdaging te bieden?

Kortom, heb je een doel voor ogen, weet je waar je naar toe werkt en pas je in jouw les differentiatie toe, zodat ieder kind op zijn of haar niveau instructie krijgt? Dan ben je al een heel eind op weg. Maar hoe weet ik wat ik moet aanbieden? De inspectie is ook hier vrij helder over:

‘De school is vrij in hoe en in welke groep bepaalde leerstof wordt aangeboden. Het is wel de bedoeling dat alle kerndoelen in de schoolperiode voldoende aan bod komen, dat de lesstof is afgestemd op de voortgang in ontwikkeling van leerlingen en dat het onderwijs zo is ingericht dat leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doorlopen. Maar hoe de school dat doet, mag ze zelf bepalen.’

Een ononderbroken ontwikkelingsproces. Dat zijn hele mooie woorden. Het gaat hierbij om de doorgaande leerlijn. Sluit de manier van werken en de lesstof van groep 1/2  aan op groep 3? Zijn de doelen aan het eind van groep 2 zo dat leerlingen begin groep 3 verder gaan waar ze gebleven waren? Natuurlijk kunnen methodes hierbij helpen.

‘De inspectie kijkt tijdens een onderzoek naar het niveau van het didactisch handelen. Daarbij wordt niet gecontroleerd of u als leraar de methodes goed volgt. Ook bent u niet verplicht om alle lessen van de methode te volgen of om de instructies van een methode exact te volgen. Eigenlijk gaat het erom dat u als professional altijd kunt uitleggen waarom u bepaalde keuzes in het lesgeven gemaakt hebt.’

Je kunt als school dus besluiten om te gaan werken zonder methode bij de kleuters. Belangrijk is daarbij dat je onderwijs biedt rondom de kerndoelen. Hoe je invulling geeft aan het werken rondom deze doelen ben je vrij in. Als je maar kunt uitleggen waarom je bepaalde keuzes maakt. Wat is voor jouw groep belangrijk, waar moeten ze nog extra in oefenen en wat past bij de kinderen? Of je nu werkt met of zonder methode, jouw didactisch handelen en de keuzes die je maakt zijn bepalend voor het niveau van de groep.

Conclusie? Alle methodes zijn in principe niet inspectieproof, het is afhankelijk van de manier waarop jij het inzet. De leerkracht maakt het verschil.
De projecten van Kleuteruniversiteit werken met een breed aanbod van activiteiten in verschillende ontwikkelingsgebieden. De lessen zijn geschreven aan de hand van doelen die kinderen aangeboden moeten krijgen en moeten behalen in groep 1 en 2. Daarnaast staan bij de lessen vaak suggesties hoe je verdieping kunt aanbieden, zodat de lessen geschikt zijn voor zowel groep 1 als groep 2. En met de plusprojecten kun je ook nog eens extra verdieping bieden aan de leerlingen die dit nodig hebben. Je kunt Kleuteruniversiteit dus prima inzetten in de kleuterklas, en zeker op een manier die de inspectie graag wilt zien. Maar nog belangrijker, het moet passen bij de school, jou als leerkracht en de kinderen. En die afweging moet je zelf of als school maken.

Ik hoop dat mijn blog jou duidelijkheid heeft gebracht. Mocht je nog vragen hebben, dan kun je mij mailen: ambassadeur@kleuteruniversiteit.nl

Ambassadeurblog: elk project is een feestje

Romy is leerkracht op basisschool De Gouden Griffel en ambassadeur bij Kleuteruniversiteit. In dit blog vertelt zij over hoe het werken met Kleuteruniversiteit haar lesgeven heeft veranderd.

Na 6 voor jaar de kleuterklas was ik op zoek naar meer, meer in de zin van het lesgeven aan de kleuters. Er moest toch iets zijn wat mijn hart sneller zou laten kloppen, waar mijn enthousiasme een boost van zou krijgen …

Op school werken wij met Kernconcepten. Dit zijn onderwerpen die elk jaar schoolbreed worden aangeboden met verschillende leerdoelen als uitgangspunt. Bij deze onderwerpen verzinnen wij, mijn collega’s en ik, binnen de unit verschillende activiteiten waar de leerdoelen bij naar voren komen. Leuk, maar ik miste inspiratie.Tot ik vorig jaar met Kleuteruniversiteit in aanraking kwam.

Het begon allemaal met het project Winter. Ik bestelde het project op de site van Kleuteruniversiteit, nadat ik op Facebook een berichtje was tegengekomen. Ik heb het project uitgeprint en het voorbereiden kon beginnen. Na het doorbladeren van het project en elke les even te hebben bekeken kreeg ik al meteen zin om ermee aan de slag te gaan. Het project zag er leuk uit! Ik kon ook direct aan de slag, want bij verschillende lessen waren kaarten nodig. Deze zaten in de bijlagen, klaar om geknipt te worden. Onlangs zag ik een berichtje op Facebook staan van iemand die aangaf dat het knipwerk toch wel erg veel was. Dat dacht ik ook toen ik bezig was de kaarten van het winter project te knippen. Eerlijk is eerlijk, het kost even tijd. Daar staat tegenover dat je tijd bespaart omdat je de lessen zelf niet hoeft uit te denken. En ze werken bijzonder inspirerend, er vloeien als bijna vanzelf nieuwe lessen uit.

Na het knipwerk, het opschrijven van de lessen (zo fijn, de planning zit al in het project!) in mijn dagrooster en het halen van de bijbehorende boeken in de bibliotheek, was ik klaar om van start te gaan. Nu ga ik natuurlijk niet beschrijven hoe elke les van het project verliep in de klas. Maar ik zal je wel vertellen dat er een wereld voor mij open ging. Wat een leuke activiteiten!

Het werken vanuit een prentenboek alleen al zorgt voor een hoop enthousiasme zowel bij de kinderen als bij mij. Elke activiteit is zinvol en betekenisvol. Zinvol doordat je aan verschillende doelen werkt, die overigens ook bovenaan de les worden beschreven in het project. En betekenisvol gezien de les aansluit bij het boek; de kinderen leven helemaal mee in het verhaal en merken op dat de lessen over bijvoorbeeld de dieren uit het boek gaan. Dat maakt het extra leuk!

En dan heb ik het nog niet over de inhoud van de lessen gehad. Op een speelse wijze ga je aan de slag met de kinderen. De kinderen in mijn klas zijn door het werken met deze activiteiten veel meer betrokken, actief en vooral enthousiast. Dat laatste doet mijn hart weer sneller kloppen en geeft mijn enthousiasme een boost. En daar doe ik het voor!

Wat zo fijn is aan de projecten van Kleuteruniversiteit is dat je zelf in de hand hebt hoe je ermee aan de slag gaat. Zo kun je ervoor kiezen om zo nu en dan een project te gebruiken, maar je kunt er ook voor kiezen om een jaarindeling te maken met verschillende projecten. Zo kun je, ongeacht je net als ik aan vaste thema’s vanuit de school bent verbonden, heel goed gebruik maken van de leuke projecten.

Bij elk kernconcept dat wij op school bieden zoek ik nu een passend thema van Kleuteruniversiteit. Ik bereid de lessen met veel plezier voor (ja, zelfs het knippen doe ik met plezier) om deze met nog meer plezier te bieden aan de kinderen in de klas. Ik hoef vast niet uit te leggen waarom ik graag ambassadeur wilde worden van Kleuteruniversiteit … Ik vind: werken met Kleuteruniversiteit is een feestje, elk project weer!!

Ik wens je alvast heel veel plezier met het werken met de projecten van Kleuteruniversiteit! Voor vragen en/of tips kun je mij altijd mailen: ambassadeur@kleuteruniversiteit.nl