Inspiratieblog: executieve functies en kleuters: het wat, hoe en waarom

Caroline Scheppink werkt in groep 1/2 op de Julianaschool en is ambassadeur bij Kleuteruniversiteit. In dit blog beschrijft ze hoe je executieve functies bij kleuters kunt trainen en legt ze uit waarom je dit al bij jonge kinderen zou moeten doen.

Ken jij ook zo’n kleuter die steeds vergeet welke materialen hij ook alweer nodig had voor zijn werkje? Of een kleuter die uit zijn vel springt wanneer er iets onverwachts gebeurt? Executieve functies zijn functies in je brein die het mogelijk maken om je gedrag en je leren te sturen. Het gaat bijvoorbeeld over het vermogen om te organiseren, je te kunnen concentreren of om je gevoelens en gedrag te reguleren. Je vraagt je misschien af of dat niet wat te veel gevraagd is voor een kleuter. Nee hoor! In deze blog wil ik je uitleggen waarom het trainen van executieve functies zo belangrijk is en geef ik voorbeelden van hoe je dit kunt trainen bij jonge kinderen.

Wat zijn nu precies executieve functies?
Dit zijn simpel gezegd denkprocessen die belangrijk zijn voor jouw functioneren in het dagelijks leven. Door executieve functies kunnen wij als mens doelbewust handelen, en strategie ontwikkelen of om op tijd met verschillende stappen te beginnen. Ik geef een korte omschrijving van iedere functie en hoe je dit zou kunnen terugzien bij kleuters (of juist niet!):

  1. Responsinhibitie: impulsbeheersing. Het vermogen om na te denken voor je iets doet.
    Bij kleuters: op je beurt wachten, in de rij kunnen blijven staan. Je kunnen inhouden als je heel boos bent.
  2. Werkgeheugen: het vermogen om actief je geheugen te gebruiken. De vaardigheid om bij de uitvoering van complexe taken de daarvoor noodzakelijke informatie beschikbaar te houden.
    Bij kleuters: wat heb ik nodig voor deze opdracht of dit werkje? Denk ook aan geheugenspelletjes; ik ga op reis en neem mee … Of het kunnen herhalen van de instructie.
  3. Emotieregulatie: effectief omgaan met emoties. Het vermogen om emoties zo te reguleren dat ze het bereiken van doelen, het afmaken van taken of het houden van controle over gedrag niet belemmeren.
    Bij kleuters: je over een teleurstelling heen kunnen zetten of rustig blijven als speelgoed wordt afgepakt. Kunnen zeggen wanneer je iets niet leuk vindt.
  4. Volgehouden aandacht: de vaardigheid om aandacht bij een taak of situatie kunnen houden, zonder te worden afgeleid door gebeurtenissen om je heen of gevoelens van vermoeidheid of verveling in jezelf.
    Bij kleuters: tijdens een spelletje blijven opletten en blijven meedoen. Bij het voorlezen je niet laten afleiden door het kind naast je.
  5. Taakinitiatie: taakmonitoring. Het vermogen om direct aan een taak te beginnen en te kijken wat er nodig is om de taak te starten.
    Bij kleuters: de juiste werkplek zoeken en direct starten zonder af te dwalen van het einddoel.
  6. Planning/prioritering: het vermogen om gedachten, taken, spel en opbergruimtes te ordenen en toegankelijk te houden.
    Bij kleuters: kunnen bedenken wat je nodig hebt voor een werkje en dat verzamelen voor je begint. Bedenken op welke dag je welke taak doet. In spel: een plan maken en je ook aan het plan houden.
  7. Organisatie: Het vermogen ‘systemen’ te ontwikkelen en te onderhouden om informatie en materialen te verzamelen en toegankelijk te houden.
    Bij kleuters: bijvoorbeeld weten waar alles staat als je moet opruimen.
  8. Timemanagement: de vaardigheid om in te schatten hoeveel tijd er beschikbaar is en hoe je deze kunt indelen om een deadline te kunnen halen.
    Bij kleuters: bedenken dat je niet lang over je drinken kan doen als je binnen bepaalde tijd ook nog moet eten. Je bewust worden van tijd.
  9. Doelgericht gedrag: doorzettingsvermogen. Inzicht hebben in eigen houden en gedrag. Het vermogen een doel te formuleren, te realiseren en daarbij niet te worden afgeleid of afgeschrikt door tegengestelde belangen of verleidingen.
    Bij kleuters: je bouwwerk proberen af te maken, hoe moeilijk het ook is.
  10. Flexibiliteit: het vermogen om te kunnen omgaan met veranderingen. De vaardigheid om plannen en routines te herzien als de omstandigheden veranderen.
    Bij kleuters: niet van slag raken wanneer dagritmekaarten ineens omgedraaid worden. Tegen een verrassing kunnen. Niet in paniek raken van een brandoefening.
  11. Metacognitie: gedragsevaluatie. Het vermogen om eigen gedrag te observeren en vast te stellen of het voldoet aan expliciete verwachtingen en ongeschreven sociale regels.
    Bij kleuters: de gezichtsuitdrukking van iemand kunnen begrijpen als jij iets geks doet. Kunnen zien wat jouw aandeel is tijdens een bepaalde gebeurtenis, bijvoorbeeld op het plein.


Hersenfuncties en executieve functies
Het menselijk brein beweegt mee met elke levensfase. Na de geboorte worden er al verbindingen tussen hersendelen gelegd. Zelfs in overproductie, omdat het brein alle opties open wil houden. Is een verbinding niet meer nodig? Dan sterft het af. Het brein begint met het ontwikkelen van zintuiglijke verbindingen. Als dat klaar is, is het brein in staat zich verder te ontwikkelen. Ontwikkeling start bij de hersenstam – lage functies (lichaamsfuncties) en eindigt bij hogere functies zoals redeneren, plannen, emoties en geheugen. Het brein ontwikkelt zich dus van achter naar voren. Je raadt het al; hier ligt natuurlijk een groot deel van de ‘vaardigheden’ die geassocieerd kunnen worden met de executieve functies.
De vroege ontwikkeling is gericht op het bouwen van de verschillende componenten van de executieve functies. In de latere ontwikkeling komen de hogere vaardigheden en onderlinge coördinatie aan bod. Hierdoor kunnen leerlingen complexere taken aan en efficiënter werken.
Met het oog op kleuters betekent dit heel concreet dat je natuurlijk nog niet van een kleuter kunt verwachten dat hij alle executieve functies kan beheersen na een tijd oefenen. Sommige vaardigheden zijn ook leeftijdsgebonden.

Waarom moeten executieve functies getraind worden en waarom eigenlijk bij kleuters?
De executieve functies liggen aan de basis van alle processen die een mens moet uitvoeren. Ze zorgen ervoor dat jij tegelijkertijd doelgericht een sociaal gedrag laat zien. Zwakke executieve functies kunnen allerlei gevolgen hebben. Wanneer je responsinhibitie – het vermogen na te denken voor je iets doet – niet goed ontwikkeld is, heb je kans dat je bijvoorbeeld te snel een mening geeft met alle gevolgen dien. Denk ook eens aan de functies: organiseren, plannen, timemanagement, taakinitiatie. Misschien heb je wel een kleuter met een hoog IQ, maar ondertussen is hij wel heel chaotisch. Zo’n kleuter valt later door de mand in het werkleven. Hij kan bijvoorbeeld hoofd- en bijzaken niet scheiden van elkaar, begint aan 3 taken tegelijk of begint te laat. Hij is nooit op tijd klaar, omdat hij de deadline vergeet of gewoon niet meer weet. Voor een kind kan het ontbreken van één van de executieve functies dus al nadelen hebben voor de toekomst. Daarom is het zo belangrijk dat je niet alleen kijkt naar wat een kind kan, maar dat je ook kijkt naar hoe een kind iets doet. Concreet betekent dit voor jouw kleuters: wees je bewust bij welke kinderen bepaalde executieve functies ontbreken en ga er mee aan de slag. Niet alles tegelijk natuurlijk!

Hoe train je de executieve functies?

Er zijn ontzettend veel manieren waarop je iedere executieve apart zou kunnen trainen. Ik noem in deze blog niet alles op, want dan wordt het een waslijst aan opsommingen. Wanneer je een bepaalde executieve functie zou willen trainen, kom je met logisch nadenken al een heel eind. Natuurlijk heb ik een bijlage voor jou, waarin veel voorbeelden van trainingsmogelijkheden staan.

Kan een kind heel slecht tegen zijn verlies (executieve functie: emotieregulatie)? Zorg er dan voor dat je gezelschapsspelletjes doet (en dat ze hier natuurlijk thuis ook mee aan de slag gaan!). Vind een kind het lastig om, zoals ik benoemde in de inleiding, te onthouden welke materialen hij nodig heeft voor een opdracht (executieve functie: werkgeheugen)? Geef het kind dan de opdracht om eerst te bedenken wat hij nodig heeft of het eventueel te tekenen. Daarna mag hij één keer naar de kast mag lopen om alles te pakken! Zo wordt het kind vanzelf ‘gedwongen’ om materialen die hij nodig heeft op te slaan en deze informatie bij de kast met materialen weer te gebruiken. Wil je nog meer tips? Download dan gratis de tiplijst executieve functies!

Misschien wist jij al veel van executieve functies, maar misschien ook niet. Dan hoop ik je enthousiast te hebben gemaakt om hier in de klas eens meer mee bezig te gaan. Het lijkt misschien veel werk (en dat is het ook best wel hoor!), maar het kan een groot verschil maken voor kinderen en hun toekomst!

Heb je nog vragen? Je kunt de ambassadeurs bereiken via de Vrienden van Kleuteruniversiteit groep op Facebook of mail naar ambassadeur@kleuteruniversiteit.nl. Ik ben ook actief op Facebook en Instagram als @Jufcaro

Bronnen: ‘Executieve functies versterken op school’ van Joyce Cooper-Kahn en Margaret Foster en ‘Kinderkoppie’ van Betsy van der Grift.

Deel dit bericht: