Inspiratieblog: Structuur aanbrengen in denkpatronen met de Thinking Maps

Nathalie Vermeule is leerkracht groep 1/2 op Communityschool de Kameleon en ambassadeur van Kleuteruniversiteit. In haar vorige blog heeft Nathalie  over de Noordwijkse Methode verteld waarmee schoolbreed wordt gewerkt. Binnen De Noordwijkse Methode wordt er gebruik gemaakt van diverse activerende werkvormen. In dit blog vertelt Nathalie je er meer over.

In mijn vorige blog schreef ik over de Noordwijkse Methode en over de atelierlessen die wij op onze school aanbieden. Binnen deze lessen maken we gebruik van verschillende activerende werkvormen. Deze werkvormen zijn met enige aanpassing ook zeer goed te gebruiken bij de kleuters. Een van de meer bekendere werkvormen is een woordweb of mindmap. Nu wil ik je graag kennis laten maken met een nieuwe werkvorm: The Thinking Maps. Hiermee help je kinderen om ideeën te visualiseren.

The Thinking Maps

Tijdens de studiedagen van de Noordwijkse Methode werd ons team geïnspireerd door de verschillende werkvormen die binnen de methode worden gebruikt. Frum van Egmond (oprichter van de Noordwijkse methode) gebruikt deze werkvormen ter kennismaking. Deze werkvormen worden The Thinking Maps genoemd. Thinking maps zijn denkkaarten, gekoppeld aan denkprocessen. De kaarten helpen het denken te visualiseren en concrete beelden te creëren van abstracte gedachten. Er zijn in totaal acht verschillende thinking maps waar de kinderen ook verschillende strategieën mee leren. Hieronder vind je een aantal voorbeelden:


See-Think-Wonder:

Bij deze strategie is het bedoeling dat de kinderen beschrijven wat ze zien. Vervolgens gaan ze erover nadenken en stellen zich tot slot de vraag: wat zou ik erover willen weten? Dit kunnen de kinderen in tweetallen bespreken, daarna is het de taak van de leerkracht om hierop terug te komen. Wat zie ik op de platen? Ik denk erover na. Wat zou ik erover willen weten?

Bij kleuters

See-Think-Wonder is goed toepasbaar bij kleuters. Je laat een plaat op het digibord zien over een onderwerp. De kinderen beschrijven in tweetallen wat zij zien. Vervolgens denken ze er samen over na. Tot slot proberen de kinderen vragen te formuleren die zij over dit onderwerp zouden willen leren. Zo zijn de kinderen onderdeel van hun eigen leerproces. De leerkracht verzamelt deze vragen door ze op te schrijven en behandelt deze vragen tijdens de kringactiviteiten of tijdens speel-werktijd. Bij deze werkvorm zou je eventueel ook praatplaten kunnen aanbieden.

In de praktijk

In het begin vinden de kinderen het moeilijk om een vraag te bedenken over een bepaald onderwerp. De vragen van de kinderen zijn dan heel breed. Bijvoorbeeld bij het onderwerp oceanen kreeg ik de vraag: ‘Hoe zwemt een zeemeermin?’ Wanneer See-Think-Wonder regelmatig aangeboden wordt, wennen de kinderen geleidelijk aan het proces van het bedenken van een vraag bij een onderwerp. De kinderen zijn nu erg enthousiast over See-Think-Wonder. Zij denken zelf na over wat zij willen leren met betrekking tot dit onderwerp. Tijdens de kringactiviteiten wordt een vraag besproken van een kind. Bij de kinderen zie je dan een gevoel van trots terug.


Double-Bubble-Map:

In een Double-Bubble-Map worden overeenkomsten en verschillen bekeken. In het midden worden de overeenkomsten beschreven en aan beide kanten de verschillen. Deze vorm is ideaal voor situaties waarin kinderen ideeën een visuele vergelijking nodig hebben. Kinderen leren zo overeenkomsten en verschillen te identificeren. De gekozen onderwerpen in onderstaande map zijn klassieke muziek en popmuziek, deze onderwerpen hebben veel overeenkomsten. Toch zijn er ook verschillen.

Bij kleuters

Met een beetje aanpassing is deze vorm ook toepasbaar bij kleuters. Teken het format op het digibord. Vervolgens kies je twee onderwerpen en bespreek je samen de verschillen en overeenkomsten. Bij kleuters is het handig als er vooraf gesproken is over verschillen en overeenkomsten, wat zijn dat? Op deze manier maak je het overzichtelijk en wanneer er afbeeldingen bij gekozen worden maak je het visueel en duidelijker voor kinderen.

In de praktijk

In de praktijk merk ik dat de kinderen nu meer zicht hebben op wat overeenkomsten en verschillen zijn. De Double-Bubble-Map kost meer tijd om te implementeren in de klas. Het gaat niet in één keer goed en het moet vaak worden herhaald.


Brace-Map:

Voor het begrijpen, onthouden, analyseren en verbanden leggen wordt er gebruik gemaakt van een Brace-Map. Bij een Brace-Map worden de elementen van een onderwerp verder uitgediept. Het thema is concert, dit kun je onderverdelen in publiek, instrument en muzikanten. Deze vorm helpt bij het analyseren van de delen van een geheel en de relatie daartussen. Deze vorm is ook te gebruiken bij het visueel ondersteunen van grote getallen. Door hele getallen in kleinere getallen te scheiden, kunnen de kinderen zien hoe een getal is opgebouwd. Kinderen leren delen van een geheel te identificeren. In een Brace-Map wordt een bepaald onderwerp verder uitgediept. Bij een concert is publiek, maar publiek kan weer jong, oud, man of vrouw zijn.

Bij kleuters

Je kiest eerst een algemeen onderwerp. Dat onderwerp splits je in verschillende deelonderwerpen. Deze deelonderwerpen kun je weer verder verdelen. Bij kleuters maak je gebruik van afbeeldingen in plaats van tekst, het wordt dan een visuele mindmap. Op deze manier leren de kinderen hoe een onderwerp is opgebouwd en dat het uit verschillende deelonderwerpen bestaat.

In de praktijk

Kinderen leren op deze manier dat een onderwerp is opgebouwd uit deelonderwerpen. Als dit al van jongs af aan wordt aangeboden, heeft het kind hier belang bij als hij bijvoorbeeld een werkstuk gaat maken.


Bridge-Map:

Een Bridge-Map wordt gebruikt om kinderen relaties te laten zien tussen twee onderwerpen. Kinderen leren ideeën en relaties te verbinden.

Bij kleuters
Deze werkvorm is best lastig voor kleuters, maar zeker geschikt voor slimme kleuters of groep 3. Bij de Bridge-Map kunnen kinderen goed de relatie tussen de twee onderwerpen ontdekken. Gebruik hiervoor ook weer afbeeldingen in plaats van tekst.

In de praktijk
De kinderen leren relaties te ontdekken tussen verschillende onderwerpen. Deze relaties kunnen zij weer gebruiken bij andere onderwerpen.


Verbanden leggen:

Bij deze activiteit leren kinderen verbanden te leggen. De leerkracht bepaalt op welk gebied. Hieronder is dit gedaan op wat snel, lekker en groen is.

Afbeelding uit Die Daar van Mirte Stut en Geurt van Donkelaar, Gottmer 2013

Wat levert het op?

Kinderen zien verbanden tussen verschillende dingen en kunnen deze verbanden benoemen en uitleggen. Waarom hoort het bij elkaar? Deze werkvormen hebben allemaal om het denken te visualiseren en concrete beelden te creëren van abstracte gedachten. Op school zien we dat kinderen gemotiveerd worden om meer na te denken over het onderwerp.

Ik hoop dat je iets gehad hebt aan mijn blog over The Thinking Maps en ik ben benieuwd van welke werkvorm jij meeneemt naar jouw groep of misschien ook al gebruikt. Deel je ervaringen op de Facebookpagina Vrienden van Kleuteruniversiteit of Instagram. Ik ben te vinden onder de naam juf.nathalie1. Ook kun je een mail sturen aan ambassadeur@kleuteruniversiteit.nl

Deel dit bericht: