Inspiratieblog: beter verhaalbegrip dankzij close reading

Agnes Dijkstra is leerkracht op OBS Hendrik Wester in Oude Pekela en ambassadeur bij Kleuteruniversiteit. In dit blog vertelt ze je over het inzetten van close reading bij kleuters.

In een eerdere blog vertelde ik over het geven van close reading sessies in de onderbouw. In dit blog ga ik dieper in op dit boeiende onderwerp. Ik beschrijf ik een aantal verschillende manieren om sessies vorm te geven, het maken van een routine voor de kinderen en over hoe de doorgaande lijn wordt vormgegeven.

Wat is close reading?

Close reading is een aanpak voor het begrijpend lezen en luisteren waarbij het herhaald (voor)lezen van een tekst en de interactie over deze tekst centraal staat. De gekozen tekst wordt drie keer (voor)gelezen en besproken. Iedere sessie (zo worden de lessen genoemd) ga je dieper op de tekst in. In onderstaand schema kun je zien hoe dit vorm wordt gegeven.

Meer uitleg? Lees dan eerst nog even mijn vorige blog over close reading.

Inmiddels heb ik al een aantal prentenboeken uitgewerkt en meerdere sessies gegeven. Tijdens een sessie merkte ik dat aan aantal kinderen in groep 1 het lastig vonden om hun aandacht bij de sessie te houden. Hun aandacht verslapte om verschillende redenen. Daarom koos ik ervoor om deze kinderen, tijdens kleine kringmomenten, sessies te gaan geven over het boek Kleine muis en de rode knikker. Dit prentenboek is qua tekst makkelijker te begrijpen, zodat ik mij kon richten op de uit te voeren sessies. Dat gaat als volgt:

Sessie 1:

Na de eerste keer voorlezen zijn we gaan kijken naar de wie-wat-waar pictogrammen. Ik laat een pictogram zien en vervolgens bespreken de kinderen in tweetallen het betreffende pictogram. Zo bied ik elk pictogram aan. Doordat ik het in de kleine kring aanbiedt, komt ieder kind aan bod. Zo kan ik ook meteen controleren of de kinderen begrijpen wat de bedoeling is.

Sessie 2:

Voor de tweede sessie leg ik A4-vellen en een aantal potloden klaar. Ik lees het verhaal nog een keer voor en laat vervolgens de kinderen in tweetallen de probleemsituatie van kleine muis bespreken. Vervolgens vraag ik ze na te denken over een mogelijke oplossing. Uiteindelijk hebben alle kinderen het probleem en de bijbehorende oplossing getekend, ieder op hun eigen manier.

Sessie 3:

Voor de laatste sessie maak ik gebruik van de platen uit het boek. Deze platen moesten de kinderen in de juiste volgorde leggen.
Tip: Beperk de hoeveelheid platen. Zo voorkom je dat kinderen het overzicht kwijtraken.

Ik werk sinds het begin van dit schooljaar aan de hand van het close reading principe en heb inmiddels diverse mogelijkheden uitgeprobeerd. Ik deel graag mijn ervaringen:

Voorbeeld 1:

Bij deze sessie koos ik voor het boek Bang Mannetje van Mathilde Stein en Mies van Hout. Maak voor de eerste sessie gebruik van de wie-wat-waar pictogrammen. Op deze manier duiken de kinderen al dieper in het verhaal. Tijdens de tweede sessie kijk je naar het probleem en de daarbij behorende oplossing. De kinderen overleggen in tweetallen over wat zij denken dat het probleem is. Daarna overleggen de over de oplossing. Nadat je de antwoorden hebt besproken met de kinderen, tekenen ze het zelf in een schema.

Tijdens de derde sessie kijk je naar de karaktereigenschappen van de hoofdpersoon, in dit geval Bang Mannetje. Hij is namelijk niet alleen maar bang. Hij is ook aardig. Zorg ervoor dat de karaktereigenschappen gekozen worden door de kinderen en stuur dit proces indien nodig. De kinderen moeten bewijzen van de eigenschappen vinden in het verhaal. Bang Mannetje is best aardig, omdat hij voor zichzelf en het spook onder zijn bed een gebakje koopt.

Voer eventueel een vierde sessie uit, waarin je dieper ingaat op datgene wat de kinderen hebben getekend tijdens de tweede sessie. Je stelt de volgende vraag: ‘Hoe komt het dat Bang Mannetje een best wel dapper mannetje is geworden?‘. Daarbij kunnen de kinderen kiezen uit drie antwoorden:

  1. De Toverboom heeft ervoor gezorgd.
  2. Bang Mannetje heeft er zelf voor gezorgd.
  3. Het zit anders.

De kinderen proberen hun eigen mening te vormen en zoeken bewijzen in het boek.

Door op deze manier vorm te geven aan de sessies, ga je niet alleen dieper op het verhaal in, maar ook op gevoelens. Zo leren de kinderen dat, als je bang bent, je niet per se alleen maar een bang kind bent, maar ook aardig of lief. Daarnaast leren de kinderen hier vooral dat je zelf voor oplossingen kunt zorgen en niet afhankelijk bent van een ander. Want heeft de Toverboom er wel voor gezorgd dat Bang Mannetje niet meer bang is? Bang Mannetje is immers door het Wilde Woeste Woud gekomen, zonder bang te zijn voor de Wilde Woeste Wezens. Als de kinderen in je groep daar zelf achter komen, dan is je doel behaald.

Voorbeeld 2:

Bij dit voorbeeld heb ik gebruik gemaakt van het boek Kikker is Kikker van Max Velthuijs. Kijk tijdens de eerste sessie naar de wie-wat-waar pictogrammen en maak daar een mindmap van met de kinderen. Deze mindmap kun je op het bord maken, maar ook op tafel met Stabilo Woody potloden. Laat de kinderen eerst weer zelf nadenken over de pictogrammen en eventueel in tweetallen of een groepje overleggen. Op die manier moet ieder kind nadenken over het verhaal.

Het boek gaat veel in op de gevoelens. Hier kun je tijdens de derde sessie een gedragspatroongrafiek van maken. Neem een aantal platen uit het boek en laat de kinderen deze eerst in de juiste volgorde leggen. Daarna kijken ze welke emotie Kikker toont op de platen. De kinderen kunnen kiezen uit drie smileys:

– Rood staat voor negatieve gevoelens;
– Geel staat voor de gevoelens die bij beide passen;
– Groen staat voor positieve gevoelens.

De drie smileys vormen de y-as van de grafiek, de platen uit het boek de x-as. De kinderen gaan met elkaar in overleg over de gevoelens van Kikker bij ieder plaat. Daarna wordt er een teldopje op de juiste plek in de grafiek gelegd. Je kunt ervoor kiezen om dit met alle kinderen tegelijk in de grote kring te doen, maar ook kunnen ze in kleinere groepjes aan de slag. Zo moeten de kinderen meer met elkaar overleggen om tot het juiste antwoord te komen. Dit vraagt weer meer van het individuele kind.

Derde sessies bieden veel mogelijkheden. Dit is de sessie waarbij je echt de diepte in gaat, en dit kan op vele verschillende manieren. Kijk goed naar wat past bij je groep en bij het prentenboek. Een prentenboek waar weinig wordt gesproken over emoties of karaktereigenschappen is waarschijnlijk geen goed boek om een gedragspatronengrafiek bij te maken.

Voorbeeld 3:

Het boek Haas en Mol zoeken een uitweg van Hans de Beer leent zich bijzonder goed om aandacht te besteden aan de tweede sessie: probleem en oplossing. In het verhaal komen namelijk meerdere problemen voor met verschillende mogelijke oplossingen. Je kunt ervoor kiezen om de kinderen in tweetallen de problemen te laten opnoemen met de daarbij behorende oplossing. Daarna kun je ieder kind zijn eigen probleem laten kiezen en dit laten tekenen. Kunnen ze ook andere oplossingen bedenken?

Tijdens het uitwerken van de sessies merkte ik dat de kinderen het verhaal nog steeds lastig vonden om te begrijpen. Er stonden veel woorden in de tekst die ze niet kenden en dat zorgde ervoor dat ze het verhaal minder goed begrepen. De oplossing was dat ik na sessie 1 een extra sessie heb ingevoerd: een woordenschatsessie. Met de woordkaarten uit het Kleuteruniversiteit project Haas en Mol zoeken een uitweg heb ik deze sessie kunnen uitvoeren en het heeft enorm geholpen en baat gehad voor de volgende sessies.

Routine:

De kinderen in mijn klas zijn inmiddels gewend aan deze manier van begrijpend luisteren. Ze worden steeds enthousiaster en weten ook steeds beter wat er komen gaat. Ik heb een schema gemaakt, zodat de kinderen weten wat ze moeten doen bij close reading. Wij hebben schoolbreed afgesproken dat we iedere twee weken een boek of verhaal kiezen en die met de close reading sessie uitwerken. Iedere twee weken graven de kinderen zich in in een boek. Tijdens het uitvoeren van de sessies luisteren de kinderen goed naar het verhaal en denken ze erover na. Dit hebben ze nodig om de vragen juist te kunnen beantwoorden, maar ook om zelf vragen te kunnen stellen over het boek. Hiervoor moeten de kinderen altijd bewijzen kunnen vinden in het boek. Dit laatste is erg belangrijk en om dat extra kracht bij te zetten, maak ik gebruik van de vergrootglazen van Credu.nl. Op deze manier voelen de kinderen zich een echte detective die op zoek gaat naar bewijzen. Let bij het gebruik van de vergrootglazen wel op dat het niet het doel van je les in de weg staat.

Doorgaande lijn midden- en bovenbouw:

Op mijn school werken alle bouwen met close reading sessies. Ook in de midden- en bovenbouw geldt dat er iedere twee weken een verhaal of boek wordt uitgewerkt. Op dit moment zijn dit met name teksten die aansluiten bij geschiedenis of aardrijkskunde onderwerpen waar op dat moment aandacht aan wordt besteed.

De leerkracht van groep 3 werkt op dezelfde manier als bij de kleuters wordt gewerkt. Wel wordt ervoor gezorgd dat de gekozen prentenboeken voor uitdaging zorgen. Ook wordt er steeds vaker gekozen voor informatieve teksten. Uiteindelijk is het, eind groep 3, de bedoeling dat de kinderen de tekst zelf gaan lezen. Hier wordt dus de stap van begrijpend luisteren naar begrijpend lezen gemaakt. Vanaf groep 4 lezen de kinderen zelf de tekst. Uiteraard kun je ervoor kiezen om de tekst de eerste keer voor te lezen, vooral als het een wat lastigere tekst is. In principe hebben de sessies dezelfde opbouw als bij kleuters, maar de vragen worden op een andere manier gesteld en zorgen ervoor dat kinderen zelf nog meer de diepte in gaan. Hieronder volgt een schema met voorbeeldvragen per sessie:

Ben je op zoek naar meer voorbeelden van tekstgerichte vragen? Google en Pinterest bieden zeker uitkomst. Daarnaast maak ik regelmatig gebruik van het boek Close Reading van uitgeverij Pica. Hier staan niet alleen de tekstgerichte vragen in die je kunt stellen, maar vind je ook voorbeelden van sessies en wordt de theorie achter close reading zeer uitgebreid beschreven.

Na mijn initiële twijfels over close reading ben ik nu overtuigd van het principe en de opbrengst en geef ik regelmatig close reading sessies. Momenteel doe ik dit vooral vanuit prentenboeken, en in de toekomst zal ik deze sessies zeker ook bij informatieve (prenten)boeken gaan inzetten.

Wil je nog meer weten? Neem dan een kijkje op mijn Instagram account. Hier deel ik regelmatig foto’s van de sessies. Heb je nog vragen? Stel ze daar gerust of breng een bezoekje aan onze Facebook-pagina Vrienden van Kleuteruniversiteit. Natuurlijk kun je ook altijd een mail sturen naar ambassadeur@kleuteruniversiteit.nl .

Deel dit bericht: