Inspiratieblog: Kraak de code – escaperoom opdrachten in jouw groep

Janneke van de Groes werkt in groep 1/2/3 op basisschool De Drie Musketiers en is ambassadeur van Kleuteruniversiteit. In haar vrije tijd ontsnapt ze graag uit een escaperoom. De opdrachten uit de escaperoom werkte zeer inspirerend en ze besloot om een variant op een escaperoom in de klas te maken. In dit blog vertelt ze hoe ze dit heeft aangepakt en geeft ze veel tips en suggesties om zelf aan de slag te gaan.

Wie kent tegenwoordig het gevoel niet? Die kick als je in de laatste minuten de code kraakt en ontsnapt uit een escaperoom. Dat is toch een heerlijk gevoel! In dat uur heb je nieuwe ontdekkingen gedaan, onverwachte links gelegd en door die ene gouden opmerking van een vriend(in), de oplossing gevonden. Samenwerking, creativiteit en probleemoplossend vermogen hebben je weer versteld doen staan.

Toen ik vertelde aan mijn kinderen op school dat ik een escaperoom ging doen, reageerden ze zeer enthousiast: ‘dat willen wij ook, juf!’. Dat inspireerde mij. Plotseling zag ik overal ideeën voor Kraak de code opdrachten en ging ermee aan de slag.

Wat is ‘Kraak de code!’

De titel zegt het al; de kinderen moeten in groepsverband codes zien te kraken aan de hand van verschillende opdrachten om uiteindelijk tot een resultaat te komen. Een werkvorm waarbij de kinderen al puzzelend, problemen oplossen en samenwerken om een code van bijvoorbeeld een koffer of kluis te ontcijferen. Goed of fout? Dat antwoord wordt gegeven door het slot, want gaat het slot open of niet?

Waarom ‘Kraak de code!’

Kraak de code! is niet alleen maar leuk maar ook ontzettend leerzaam. De opdrachten halen het beste bij de kinderen naar boven. Ze worden op een speelse manier uitgedaagd en moeten op een andere manier denken, outside the box, dan wanneer ze een standaard opdracht/ontwikkelingsmateriaal voor hun neus krijgen. Door het werken in groepen worden het samenwerken en de sociale vaardigheden aangesproken. Door allerlei soorten opdrachten uit te voeren worden de meerdere cognitieve functies aangesproken. De kinderen zijn niet met maar één opdracht of één leerdoel bezig. Tijdens het gehele spel komen er verschillende leerdoelen aan bod.

Zo ga je te werk

Ik vertel je graag hoe ik te werk ben gegaan en hoop je zo te kunnen inspireren om zelf ook eens een Kraak de code! in jouw groep uit te voeren. Zo heb ik het gedaan:

  1. Kies een thema
    Aan dit thema koppel je de opdrachten. Ik heb gekozen voor het thema lichaam.
  2. Kies een eindopdracht
    Waar spelen de kinderen voor? Wat kunnen ze verdienen nadat ze een code hebben gekraakt? Bedenk dat voor jezelf. Tijdens het bedenken van je eindopdracht is het belangrijk dat de kinderen weten hoe ver ze in het spel zijn, hoeveel opdrachten ze nog moeten uitvoeren en wanneer ze klaar zijn. Hierdoor hebben ze structuur en blijven ze gefocust. Ik koos voor onderdelen van het lichaam in kleur. Als er een code gekraakt was, kwam zo’n lichaamsdeel uit een koffer. Ze legden deze op een wit voorbeeld en konden zo hun voortgang bekijken.
  3. Verzin opdrachten en werk ze uit
    Denk niet dat je meteen alle opdrachten in één keer kan verzinnen en uitwerken. Dat lukt je niet. Laat je inspiratie de vrije loop en schrijf alles op wat je bedenkt om te voorkomen dat je straks dat ene goede idee bent vergeten. Ga op internet op zoek naar voorbeeldopdrachten bijvoorbeeld op Pinterest. Als je op Pinterest ‘escaperoom kids/kinderen’  in typt, komen er veel verschillende opdrachten naar voren. Voor ieder niveau zijn opdrachten te vinden. Het is wel noodzakelijk je eigen creativiteit aan te spreken om de voorbeelden om te zetten in opdrachten voor je klas en in je thema. Dat kost wat tijd maar het geeft ook een kick als je het voorbeeld omgetoverd hebt naar je eigen idee. Mijn collega heeft dit bijvoorbeeld ook in de klas gespeeld en die gebruikte opdrachten die ze zelf in de escaperoom was tegengekomen. Werk de opdrachten uit op de computer. Sla ze goed op zodat je ze altijd aan kunt passen wanneer iets niet klopt. Dit klinkt logisch maar het is zo zonde als je iets leuks verzonnen hebt en je dit niet bewaart.
  4. Geef de moeilijkheidsgraad aan
    In de kleutergroep zit veel verschil qua niveau. Oudste kleuters kunnen, meestal, moeilijkere opdrachten dan jongste kleuters. Geef met kleuren aan welk(e) (deel van de) opdracht voor welke groep is. Hierdoor werkt iedereen op eigen niveau en blijft het leuk voor ieder kind. Hiermee voorkom je dat kinderen te makkelijke of te moeilijke opdrachten uitvoeren. En daarnaast komt iedereen uit de groep aan de beurt en is niet telkens één iemand bezig. In mijn groep 1/2/3 mix ik de groepen. In iedere groep zit in ieder geval 1 leerling uit iedere jaargroep. Op de opdrachten staat een stip/stippen. Deze geven de moeilijkheid van de opdracht aan en daardoor weten de kinderen voor wie de opdracht bedoeld is. Zo heb ik bijvoorbeeld met een rekenopdracht per som/telopdracht de verschillende niveaus aangegeven met gekleurde stippen. De kinderen wisten precies welke som bij welk kind hoorde.
  5. Probeer de opdrachten uit
    Op de computer en in je hoofd zien de opdrachten er leuk en perfect uit. Maar vaak zitten er kleine fouten in waar je overheen kijkt. Speel de opdrachten daarom zelf zodat je zeker weet dat er geen foutjes in zitten en de kinderen opdrachten gaan spelen die op te lossen zijn. Ook kun je nu ervaren hoe lang opdrachten duren (houdt er rekening mee dat kinderen een stuk langzamer werken dan jij). Zorg ervoor dat de opdrachten niet te lang duren. Hierdoor voorkom je dat kinderen zich gaan vervelen. Kom je er nu achter dat het spel te lang gaat duren omdat je te veel opdrachten hebt? Geen probleem. Je hebt ze bedacht en uitgewerkt. De kinderen zullen enthousiast zijn en vragen om dit spel nog een keer te spelen. Nu heb je je eerste spellen voor de volgende keer al achter de hand.
  6. Materialen verzamelen
    Naar aanleiding van de opdrachten die je gemaakt hebt ga je je materiaal verzamelen. Het aantal opdrachten is gelijk aan het aantal sloten die je nodig hebt. Ik koos voor allerlei koffers waarop vaste sloten en hangsloten zaten (leuk tijdens de Kinderboekenweek). Maar je kunt ook kiezen voor kluisjes, kisten, holle boeken enz. In de bouwmarkt, bij de Action of via Aliexpress zijn deze eventueel goedkoop aan te schaffen. Deze stap zou je ook iets eerder in het proces kunnen doen, namelijk tijdens het uitwerken van de opdrachten. Dit omdat je bij de opdrachten specifieke codes nodig hebt om het slot te openen. Wanneer op de sloten al codes zitten kun je tijdens het uitwerken van de opdrachten hier rekening mee houden. Dan hoef je niet ieder slot van code te veranderen.
  7. Testen
    Dit is een hele belangrijke stap. Je hebt alle opdrachten uitgeprobeerd. Als het goed is kloppen deze. Maar je hebt het nog niet uitgeprobeerd in combinatie met de sloten. Test het zodat je zeker weet dat het slot opengaat bij een goed uitgewerkte opdracht.

Hoe speel je Kraak de code!?

Door de hele school heb ik koffers neergezet. De kinderen waren verdeeld in groepen. Elke groep had een eigen kleur (oranje, groen en blauw). Ze hadden kleren in hun kleur aan en kronen op. Hierdoor wisten ze precies wie bij elkaar in de groep zat.

Elk groepje ging op zoek naar een koffer. Op de koffers had ik de lichaamsdelen geplakt die bij de eindopdracht hoorde. Wanneer de kinderen de code ontcijferden, vonden ze dat lichaamsdeel in hun groepskleur. Deze haalden ze uit de koffer en plakten ze op hun voorbeeld. Zo gingen ze iedere koffer af, totdat ze het hele lichaam in hun kleur hadden volgeplakt.

Deze opdrachten heb ik gebruikt

Aan wat voor soort opdrachten kun je denken bij kraak de code? Ik zal hier wat voorbeelden geven:

  • Een doolhof oplossen
    In het doolhof gaat de ambulance of dokter naar het goede huis waar iemand zorg nodig heeft. Op ieder huis staat een huisnummer. De huisnummers waar de doolhoven eindigen vormen de code.
  • Blokken bouwen 
    Met een voorbeeld moesten de kinderen de blokken op de juiste manier op elkaar bouwen. Op ieder blok stond een woord. Als de kinderen correct gebouwd hadden, konden de kinderen van groep 3 de zin lezen. Er stond: zoek op de gang de ballon en prik deze lek. In de ballon zat de code verstopt.
  • Programmeren met de Bee Bot 
    De kinderen kregen pijlen voor zich en moesten daarmee uitzoeken waar de Bee Bot uit kwam. De cijfers waar hij uitkwam vormden de code.
  • Woordzoeker
    Zoek de woorden. De letters die overblijven vormen de naam van drie cijfers. Deze cijfers vormden de code.
  • Coderen met pixels 
    Ik heb het spel Codeer met pixels in de klas. Daarvan heb ik drie eigen opdrachten gemaakt. Op de kaart legden ze de opdracht. Daar kwam een cijfer uit. De drie cijfers vormden uiteindelijk weer de code.
  • Los de sommen op 
    Op een groot vel heb ik cirkels met daarin sommen en stippen getekend. Op de onderkant van bekertjes heb ik de uitkomsten geschreven. De kinderen rekenden de sommen uit, of telden de stippen en zochten het juiste antwoord op de bekertjes erbij. Deze zetten ze op het juiste rondje. Er waren drie bekertjes teveel, deze vormden de code. Groep 1 ging de stippen tellen, groep 2 en 3 sommen uitrekenen. Ik had alle sommen gemarkeerd, hierdoor wisten de kinderen precies wie welke som kon uitrekenen.
  • Geheimtaal
    Welke cijfers of letters horen bij welk plaatje? Ik had gekozen voor letters omdat groep 3 de woorden uiteindelijk kon lezen. De woorden vormden cijfers en deze vormden weer de code.
  • Zoek de combinatie
    Maak in een vierkant allerlei rondjes met daarin cijfers, woorden of plaatjes. Zet boven het vierkant een combinatie. Deze combinatie moeten ze in de rondjes wegstrepen. Wat erover blijft vormt de code.

Nog meer suggesties:

  • Puzzel 
    Maak een puzzel van cijfers in verschillende kleuren. Laat de kinderen deze in elkaar zetten en daar is de code.
  • Puzzel met ijslolly stokjes 
    Plak een cijfer op ijslolly stokjes en laat deze in elkaar puzzelen.
  • Kleuropdracht
    In een raster had ik verschillende woorden gezet. De kinderen moesten het woord arm rood kleuren, neus groen en haar blauw. De gekleurde woorden vormden cijfers. Dit kan ook met plaatjes voor de jongere kinderen.
  • Stippen puzzel
    Volg de stippen. Welk cijfer komt eruit?
  • Meten
    Hoeveel centimeter zijn de touwtjes/strookjes enz. Van klein naar groot of andersom vormt de code.
  • Tellen
    Op een vel staat een slot met drie plaatjes ernaast (bijvoorbeeld van dieren). Vanuit ieder dier staat een pijl (door elkaar) naar het slot. Hoeveel poten heeft ieder dier? Volg de pijl en zet het juiste antwoord op het slot. Zo kraak je de code. Dit kan natuurlijk ook met andere plaatjes of telopdrachten.

Tot slot

Ben je net zo enthousiast als ik over deze activiteit maar vind je het moeilijk om te beginnen? Heb je tips nodig of vragen waarbij ik je kan helpen? Voel je niet bezwaard en neem contact met mij op. Dat kan via een bericht op instagram @juf_janneke_groep_1_2_3 , of laat een bericht achter in onze Vrienden van Kleuteruniversiteit Facebookgroep

Heel veel plezier met de voorbereidingen en het spelen van Kraak de code!