Inspiratieblog: spelend leren met het Racespel

Linda Mooijekind is leerkracht op RKBS De Klimboom in Roelofarendsveen en ambassadeur bij Kleuteruniversiteit. Voor de Kinderboekenweek 2019 geeft ze leuke tips bij het Racespel van Kleuteruniversiteit.

De Kinderboekenweek is er weer met als thema ‘Reis mee’. Kleuteruniversiteit heeft hiervoor ontzettend leuke projecten, maar wist je dat ze ook een geweldig spel hebben die heel goed bij dit thema past? Het Racespel!

In de aanloop naar de NOT 2019 beurs zag ik dit spel een aantal keer op social media voorbij komen en wist direct: dat spel wil ik hebben! Zo gezegd, zo gedaan. Vanaf de eerste keer dat ik dit spel in de klas geïntroduceerd heb, waren de kinderen verkocht; ze vinden het fantastisch!

Het spel bestaat uit tien speelfiguren, een speelbord en honderd kaarten met hoeveelheden en getallen van 1 t/m 10, afgebeeld op verschillende manieren:

Zo komen de kinderen op verschillende wijze in aanraking met diverse getalbeelden en begrippen. Welk voertuig ligt voor, welk voertuig is als laatste vertrokken, welk voertuig ligt derde en welk voertuig is als eerste over de finish?

Mijn kinderen pakken het spel zeer regelmatig en vinden het keer op keer heel spannend welk voertuig er zal winnen. Het grappige is ook dat ze zelf steeds meer de begrippen gaan gebruiken: ‘Kijk juf, de politieauto staat nu vooraan!” of: ‘De vuilniswagen is nu als laatste”. Ook merk ik dat ze de hoeveelheden steeds sneller kunnen overzien.

Dit spel biedt enorm veel mogelijkheden. Hierbij een aantal suggesties:

  • Een stukje woordenschat: het benoemen van de voertuigen en vertellen waar het bij hoort (de vuilniswagen hoort bij de vuilnismannen, de bus hoort bij de buschauffeur en de passagiers, de politieauto hoort bij de politie (kun je nog meer wagens van hulpdiensten opnoemen: brandweer, ambulance), enzovoorts)
  • Leg alle kaarten centraal in de klas. Verspreid de voertuigen over het lokaal. Elk kind pakt een kaart en legt deze bij het juiste voertuig. Als alle kaarten op de juiste plekken liggen, maak dan een rij van 1 t/m 10.
  • De coöperatieve werkvorm ‘hoeken’: Neem bijvoorbeeld de kaarten met alles van 1 t/m 6 en leg deze op een centrale plek in de klas. Hang de cijfers 1 t/m 6 op. Laat de kinderen een kaart komen halen en deze bij het juiste cijfer neerleggen. Maak tweetallen en elk tweetal controleert elkaar. Daarna bedank je elkaar en kun je weer een nieuwe kaart gaan halen.
  • Laat een kind een kaart pakken die alleen hij mag zien. Vervolgens mag de rest van de klas raden hoeveel er op het kaart staat. Degene met de kaart mag alleen antwoorden met hoger of lager. Hoeveel beurten heeft de klas nodig om het juiste aantal te raden?
  • Het spel ‘pakken tot plakken’ kan ook prima met de voertuigen gespeeld worden: maak van aan touwtje een cirkel en noem dit de garage. Zet in deze cirkel alle voertuigen. Eén kind gaat naar de gang. Spreek met de andere kinderen af welk voertuig ‘plakt’. Het kind komt weer terug de klas in en gaat één voor één de voertuigen uit de garage halen. Op het moment dat hij het voertuig pakt dat ‘plakt’ roept de rest van de klas ‘plakt!’. Hoeveel beurten heeft het kind nodig gehad om het voertuig dat plakt te pakken? Als je dit spel al vaker hebt gespeeld kun je ook van tevoren gaan schatten hoeveel beurten de klas denkt dat het kind nodig heeft om het voertuig dat ‘plakt’ te pakken.

Dan is er natuurlijk nog het ‘echte’ spel. Dit kan individueel gespeeld worden, maar ook in een groep en zelfs met de hele klas tegelijk. Het wordt als volgt gespeeld:

  • Pak alle kaarten, schud deze en leg ze omgekeerd op stapels naast het spelbord.
  • Plaats de voertuigen op de daarvoor bestemde vakken bij start: het vlammetje bij de brandweerwagen, de container bij de vuilniswagen, het kruis bij de ambulance, enzovoorts.
  • Draai om de beurt een kaart om en kijk hoeveel er op de kaart staat. Staat er bijvoorbeeld een 6 op, dan mag voertuig 6 één vakje naar voren rijden.
  • Het volgende kind draait weer een kaart om en er wordt weer hetzelfde gedaan.
  • Het voertuig dat als eerste over de finish gaat, is de winnaar van het spel.

Bewegend leren, dat willen we allemaal en daar is het Racespel ook uitermate geschikt voor. Je kunt het spel namelijk meenemen naar buiten! @jufmerel deed dat als volgt:

Neem stoepkrijt en maak het speelbord na door vakjes op het plein te tekenen. Zorg ervoor dat je tien bakjes hebt die symbool staan voor de voertuigen en leg aan de andere kant van het plein de honderd kaarten in een bak. Op de tien startplaatsen staan kinderen klaar met het bakje (voertuig). De overige kinderen rennen naar de bak met de kaarten aan de andere kant van het plein, pakken een kaart, kijken welke hoeveelheid er op staat en rennen naar de juiste persoon toe. Die controleert of het goed is. De kaart kan nu in het bakje worden gedaan en het kind kan weer een nieuwe kaart gaan halen. Ook nu is de vraag: welk voertuig haalt als eerste de finish?

Zoals je kunt lezen is het Racespel een enorm veelzijdig spel. Dus zoek je nog een leuk spel dat past bij de Kinderboekenweek, zoek dan niet verder!