Kun je een kind te vroeg leren schrijven?

Manon Budding is werkzaam in groep 1-2 op Obs de Winde in Nootdorp. Dit is het derde jaar dat zij lesgeeft aan kleuters. In iedere kleutergroep is er veel aandacht voor het aanleren van de juiste pengreep. In deze blog neemt ze jullie mee hoe de pengreep tot stand komt en op welke manier je deze kunt stimuleren.

 

Fun fact: de mens is een van de weinige diersoorten die in staat is om goed zijn duim tegenover zijn vingers te plaatsen. Dit noemen we opponeren. Dit is een vaardigheid die nodig is voor het juist vasthouden van een pen of potlood.

De juiste pengreep is als de pen tussen de top van de duim en wijsvinger vastgehouden wordt, terwijl hij ‘rust’ op de middelvinger. Dit is voor veel kleuters nog een onmogelijke opgave: zij zijn qua motoriek nog niet zo ver ontwikkeld.

De motorische ontwikkeling verloopt van boven naar beneden en van binnen naar buiten:
Hoofd -> armen -> romp -> benen -> voeten
Schouders -> ellebogen -> polsen -> handen -> vingers/duimen

Je ziet bij kleuters dat ze nog bewegen vanuit hun schouders en elleboog; deze bewegingen zijn minder nauwkeurig en langzamer. Om goed te kunnen schrijven, heb je je vingers en een duim nodig. Maar je vingers en duim gebruiken zonder dat je polsen en handen goed bewegen, is bijna een onmogelijke opgave. Rond de zes jaar is een kind in staat om te opponeren en kan hij leren schrijven.

Je kunt op een simpele manier testen of een kind al in staat is om zijn vinger en duim tegenover elkaar te plaatsen:

  • Ga tegenover elkaar zitten en zorg dat het kind jouw handen goed kan zien.
  • Raak met de top van jouw duim jouw vier vingertoppen aan, te beginnen bij de wijsvinger. Doe dit een aantal keer, steeds beginnend bij de wijsvinger. Dus niet heen en terug.
  • Daarna vraag je het kind om dit na te doen, let hierbij op de volgende dingen:
    Met welke hand doet het kind jou na?
    Tikt het kind met de top van de duim wel de toppen van de vingers aan? Of misschien de onderliggende vingerkootjes?
    Is de volgorde juist? Of vergist het kind zich in de volgorde? Slaat het soms vingertoppen over?
    Terwijl het kind deze test doet, kijk dan ook naar zijn andere hand. Houdt het kind deze hand stil of beweegt deze hand mee?
  • Als het kind dit een aantal keer achter elkaar heeft gedaan, vraag hem dan om hetzelfde te doen met de andere hand.

Als het kind bovenstaand testje uitvoert door te beginnen met zijn voorkeurshand en alle vingertoppen op de juiste volgorde aanraakt zonder dat de andere hand meebeweegt, dan zou het kind in staat moeten zijn om een pen op de juiste manier vast te houden. Wanneer dit nog lastig is voor het kind, kun je dit gaan oefenen door veel hand- en vingeroefeningen en spelletjes aan te bieden. Hieronder geef ik tien praktische tips hoe je de fijne motoriek kan stimuleren.

Tien praktische tips

  1. Geef het kind een balletje en vraag hem om dit balletje een aantal keer omhoog te gooien en weer te vangen met dezelfde hand. Als dit nog te moeilijk is, kun je het balletje vervangen door een pittenzakje. Als dit goed lukt, kun je deze oefening moeilijker maken door het balletje van de ene hand omhoog te gooien en deze met de andere hand te vangen.
  2. Laat het kind een ballon hooghouden zonder dat deze op de grond valt. Maak dit moeilijker door het kind te vragen om de ballon afwisselend met links en rechts te raken.
  3. Laat het kind met zijn wijs- en middelvinger lopen over de tafel. Varieer hierbij in grote passen, kleine passen, langzaam en snel.
  4. Leg een aantal potloden naast elkaar op tafel. Vraag het kind het eerste potlood steeds weer achteraan te leggen.
  5. Handen  spiegelen: ga tegenover elkaar aan tafel zitten en leg je handen op tafel. Til een van je vingers op. Het kind doet dit na. Het kind doet dit dus in spiegelbeeld. Til vervolgens een vinger van zowel je rechter- als je linkerhand op. Het kind spiegelt weer.
  6. Laat het kind vormen tekenen in scheerschuim op tafel.
  7. Laat het kind figuren leggen op de kralenplank of met strijkkralen. Je kunt dit uitdagender maken door het kind de kralen op te laten pakken met een pincet.
  8. Bedenk een leuke opdracht met wasknijpers. Hang bijvoorbeeld een waslijn op in de huishoek en laat het kind de poppenkleertjes hierop hangen.
  9. Laat het kind figuren maken met een touwtje om de handen, bijvoorbeeld de kop en schotel.
  10. Laat het kind patronen maken op een dienblad met zand, waarbij hij een vinger tegelijkertijd met de duim beweegt. Begin met de duim en de wijsvinger, teken vervolgens met de duim en de middelvinger, daarna met de duim en de ringvinger en tenslotte met de duim en de pink.

Er zijn natuurlijk nog veel meer motorische spelletjes te bedenken; denk aan tollen met een tolletje, springtouwen, stoepkrijt, enz. Kies vooral iets wat past bij het kind en waar hij plezier aan beleeft.

Naar mijn mening kun je dus wel degelijk te vroeg beginnen met een kind te leren schrijven. Als een kind motorisch nog niet toe is aan leren schrijven, leert het kind vaak een verkeerde pengreep aan. Dit is later moeilijk te corrigeren. Wel denk ik dat het belangrijk is om een kind voldoende te stimuleren in zijn motorische ontwikkeling door bijvoorbeeld bovenstaande oefeningen te doen.

Mochten jullie nog vragen hebben of heb jij een mening over het (vroeg) aanleren van schrijven bij kleuters? Ga dan naar onze Facebookgroep Vrienden van Kleuteruniversiteit. Je kunt mij ook volgen op Instagram: @jufmanonster.

(Bronvermelding: Leren lezen doe je met je lijf – Marijke van Vuure)