Welbevinden en betrokkenheid bij kleuters

Om goed onderwijs te kunnen geven, is maximale betrokkenheid van de kinderen erg belangrijk. En iedere leerkracht wil dat alle kinderen zich veilig voelen in de groep. Begrippen als welbevinden en betrokkenheid staan vaak centraal. In schoolgidsen vind je vaak zinnen als: ‘Het is belangrijk dat een kind zich fijn voelt in de groep en een hoog welbevinden laat zien, zodat hij/zij tot leren komt’ of ‘We werken thematisch zodat kinderen meer betrokken zijn bij het aangeboden thema’. Maar hoe doe je dat dan? En waarom? Hoe kijk je naar het welbevinden en de betrokkenheid van een kleuter? Ambassadeurs Sigrid en Kim werken allebei al jaren in het basisonderwijs en leggen in deze blog aan de hand van praktijkvoorbeelden uit hoe zij dit aanpakken in hun groep.

Ieder kind is uniek
Niet ieder kind is hetzelfde en niet ieder kind ontwikkelt zich op dezelfde manier. Sommige kleuters praten niet veel. Hoe weet je dan in welke mate hij zich wel of niet fijn voelt? Als een kleuter niet actief deelneemt aan een activiteit, roept dat vaak vragen op. Is hij niet actief betrokken, omdat het kind dat niet wil of sluit de activiteit niet aan bij zijn interesse op dat moment? Ambassadeur Kim werkt met de Leuvense schaal van welbevinden en betrokkenheid van Ferre Laevers. Dit instrument kan helpen en inzicht geven in de betrokkenheid en het welbevinden van kleuters.

Wie is Ferre Laevers?
Ferre Laevers is onderwijskundige en grondlegger van het ervaringsgerichte onderwijs. Hij is hoogleraar aan de universiteit van Leuven en directeur voor het ervaringsgericht onderwijs CEGO. Dit onderwijsconcept gaat uit van welbevinden en betrokkenheid als belangrijke voorwaarde voor leren.

Definitie welbevinden volgens Ferre Laevers
Een kleuter laat een hoog welbevinden zien doordat …

  • hij zich op zijn gemakt voelt.
  • hij spontaan, vitaal en expressief is.
  • hij zich openstelt voor zijn omgeving.
  • hij ontspannen is.
  • hij energiek reageert.
  • hij zelfvertrouwen en zekerheid uitstraalt.

Uiteraard werken we hieraan binnen ons pedagogisch klimaat in de klas. Voortdurend zijn we alert op sociale processen in de groep en het welbevinden van de individuele kleuter. Echter is alléén het aanbod van een goed pedagogisch klimaat niet voldoende om een kleuter zich te laten ontwikkelen.

Welbevinden in de praktijk
Een voorbeeld van een activiteit waarbij je werkt aan het ‘welbevinden’ kan theedrinken met de kinderen zijn. Ambassadeur Sigrid plant dit regelmatig in als activiteit in de kleine kring. Je hebt wat kopjes en schotels nodig en een mooie theepot (bijvoorbeeld uit de kringloopwinkel).

Kinderen vinden alleen het roeren in een kopje al een ontspannende bezigheid. Zij voelen zich groot, omdat ze het theedrinken terugzien bij volwassenen en er ontstaat meteen een bepaalde rustige ‘sfeer’. Soms is het theedrinken een activiteit op zich en soms is het een momentje om rustig te worden, voordat er een aansluitende activiteit plaatsvindt. Tijdens het theedrinken maak je contact met de kinderen. Je ‘ziet’ de kinderen echt en als vanzelf ontstaan er gesprekken tijdens het drinken. Zo versterk je op een simpele manier via deze activiteit het welbevinden en werk je aan een goede relatie tussen leerkracht en kind.

Definitie betrokkenheid volgens Ferre Laevers
“Betrokkenheid is een toestand waarin kinderen zich bevinden wanneer ze op een intense manier met iets bezig zijn. We merken het aan hun hoge concentratie; ze zijn opgeslorpt en tijdvergeten bezig. Hun handelingen en houding verraden een intense mentale activiteit. Ze zijn heel aanspreekbaar voor wat de omgeving te bieden heeft en stellen zich open op. Ze voelen zich van binnenuit gemotiveerd om met de activiteit aan de slag te blijven.

Betrokkenheid is een bijzondere kwaliteit van menselijke activiteit, die zich laat herkennen als aan geconcentreerd aanhouden en tijdvergeten bezig zijn, waarbij de persoon zich gemotiveerd voelt, geboeid is en zich ten volle engageert, zich openstelt, op intense wijze waarneemt en betekenissen ervaart, een grote mate van energie vrijmaakt en sterke voldoening ervaart, omdat de activiteit aansluit bij de exploratiedrang en het behoeftepatroon en zich aan de grens van de individuele mogelijkheden situeert waardoor ontwikkeling ontstaat.”

Volgens Laevers komen kleuters tot ontwikkeling wanneer ze, behalve een hoog welbevinden, ook een hoge betrokkenheid laten zien bij het aanbod in de klas. Dit betekent dat er niet alleen gekeken moet worden naar een goed pedagogisch klimaat, waarin welbevinden centraal staat maar dat er zeer zeker ook gekeken moet worden naar de leeromgeving. En met de leeromgeving wordt de leeromgeving bedoeld in de breedste zin van het woord. Hierbij moet zeker gedacht worden aan de inrichting van de hoeken, maar ook aan het aanbod in grote en kleine kringen, begeleide werkjes of werkjes tijdens de werkles.

Betrokkenheid is niet te koppelen aan het gedrag van een individuele kleuter of aan een specifiek ontwikkelingsniveau. Elk kind kan betrokkenheid laten zien zolang er aangesloten wordt op de interesse van het individuele kind of op zijn of haar ontwikkelingsniveau.

Betrokkenheid in de praktijk
Sigrid merkte een hogere mate van betrokkenheid toen zij niet meer zelf de themahoek inrichtte, maar dit samen met de kinderen ging doen. De kinderen dachten na over de inhoud van de hoek, maar ook over wat ze zelf zouden maken en wat er aan ouders gevraagd ging worden. Verder staan bijna alle knutselactiviteiten in het teken van materialen maken voor de themahoek. Hierdoor zijn ook kinderen die minder van knutselen houden zeer betrokken, omdat ze het nut inzien van de knutselactiviteit.

Schaalwaarden
Ferre Laevers heeft dan ook een 5-punts schaal ontworpen waarmee je het welbevinden en/of de betrokkenheid van een kleuter in kaart kunt brengen. Dit kan je inzicht geven in het welbevinden van de individuele kleuter maar je zou de schaal ook kunnen gebruiken als feedback op je eigen activiteit.

Observeren
Het observeren met beide schalen biedt je de mogelijkheid om goed te kijken naar het pedagogisch klimaat in je klas en daaruit voortvloeiend het individuele welbevinden van de individuele leerling. Maar zeker óók om te kijken naar het aanbod in je klas. Zijn de hoeken rijk genoeg ingericht voor alle leerlingen op hun ontwikkelingsniveau? Sluiten de aangeboden activiteiten aan bij de onderwijsbehoeftes van je leerlingen?

Regelmatig gebruiken wij deze lijsten om te kijken of ons onderwijsaanbod aansluit (en blijft aansluiten) bij de onderwijsbehoeftes van onze leerlingen. We observeren leerlingen bijvoorbeeld tijdens de kleine kring, tijdens spel in de hoeken of tijdens begeleid werken. Uiteraard ben je als kleuterjuf de hele dag druk in de weer met allerlei activiteiten, maar soms even ‘bewust’ de tijd nemen om te kijken wat er gebeurt in je klas, levert je vaak nog meer waardevolle informatie op, dan de hele dag druk in de weer zijn.

Wij hebben er dan ook bij ons op school bewust voor gekozen om onder andere tijdens de werkles in de middag mee te spelen en te observeren. Dit levert ons de meest waardevolle informatie op met betrekking tot het welbevinden van een individuele leerling, maar zeker ook met betrekking tot de betrokkenheid van een leerling. Wij gebruiken de schalen van Laevers dan ook om niet alleen te kijken naar het welbevinden en de betrokkenheid van de individuele leerling, maar vertalen dit ook door naar onze klasinrichting. Waarom laat een leerling bij een bepaalde activiteit een lagere betrokkenheid zien? Tip: neem dus vooral de tijd, als is het maar 5 minuten. om te kijken naar wat er gebeurt in je klas!

Tijdens het volgen van de jonge kind-specialisatie van Kim werd er ook gesproken over de Leuvense schaal van Laevers. Daar gaf een collega (uit een ander deel van het land) aan dat een leerling die bij haar in de klas was ingestroomd, een ontwikkelingsperspectief had op een relatief laag niveau. Echter toen deze leerling werd aangesproken door deze collega op zijn onderwijsbehoeftes en er kritisch gekeken werd naar zijn welbevinden en betrokkenheid, maakte deze leerling sprongen in zijn ontwikkeling waardoor zijn ontwikkelingsperspectief bijgesteld werd naar een hoger niveau. Dat gun je toch elk kind?

Wij pakken dan ook de lijsten regelmatig erbij en gaan bij elkaar in klas kijken om samen ‘kritisch’ te blijven kijken naar ons onderwijsaanbod. Hier ontstaan de meest mooie gesprekken over onderwijs ten gunste van de meeste fantastische mensen die er zijn: de kleuters!

We hopen dat we jullie hebben kunnen inspireren met deze blog. Wil jij meer weten over de Leuvense schaal van Laevers? Of wil je voorbeelden zien hoe je de betrokkenheid van de kinderen kunt verhogen?  Dan kun je ons vinden op Instagram via @jufkimthewissen en @juf_sigrid. Wil jij jouw ervaringen delen? Heel graag! Doe dit vooral in de Facebook-groep Vrienden van Kleuteruniversiteit.